Joris Luyendijk

14 april 2010 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen

Een stoel, een tafeltje en een glas met een flesje mineraalwater waren voldoende. En Joris Luyendijk begon te vertellen: boeiend, informatief, met de nodige relativerende humor, soms schmierend een enkele keer cynisch. En waarover? Over zijn ervaringen als journalist in het Midden Oosten (voor de pauze ) en over zijn inspanningen voor duurzaamheid (na de pauze). Na zijn studie ( o.a. Antropologie en Arabisch) verblijft hij van 1998 tot 2003 achtereenvolgens in Cairo, Beiroet en bezet Oost-Jeruzalem. Van daaruit verslaat hij voor krant, radio en tv. het leven en de politiek in het hele (!) Midden-Oosten. Hij schrijft hierover drie boeken, waarvan “Het zijn net mensen – beelden van het Midden -Oosten” een absolute bestseller werd.

Een eerste vereiste voor een journalist in een vreemd land is het grondig kennen van de taal en de cultuur. “Wat denkt u bijvoorbeeld dat de reactie zou zijn geweest, wanneer anno 1940 een Chinees in bezet Nederland via een tolk zou hebben gevraagd wat de gemiddelde Nederlander van Hitler vindt.” Maar al te vaak spreken journalisten de taal niet en ze kennen de cultuur onvoldoende. Ze gaan af op standaardbulletins die grote persbureaus verspreiden en larderen die vervolgens met een paar uitspraken van een autochtoon die wat Engels spreekt en met wie ze via via - vaak tegen betaling- in contact komen en die speciaal “gebruikt”wordt voor dit doel.

Pakkend beschrijft Luyendijk de dilemma’s waarvoor een gewetensvol verslaggever staat. Je moet als journalist je brood verdienen, dus moet je scoren. Wanneer je vanuit Nederland een opdracht krijgt, kom je dus in actie, ook al weet je dat het loos alarm is. Nieuws moet pakken, spannend zijn, mensen emotioneel raken. Dus wordt wat afwijkt nieuws en het afwijkende wordt ook nog uitvergroot. Het thuisfront krijgt geen zicht op wat het normale leven is, maar de uitzondering, het incident, wordt tot regel verheven. Dat wat pakt komt op de buis. De partijen weten dat. Het stenen gooien, waarbij dan geschoten wordt, levert prachtige, emotionele beelden op. Luyendijk laat zien dat dit inmiddels een goed geregisseerde, naschoolse, bewegwijzerde media-attractie is geworden met alle commercie die erbij hoort en waarvoor je nog net niet hoeft te betalen.

Soms ook volg je als journalist nieuws waarvan je eigenlijk weet dat het geen nieuws is, alleen omdat je bang bent iets te missen. Zo laat Israël om de zoveel tijd wel een bericht uitgaan dat het land toch vrede wil. Kranten komen dan met koppen als “Kans op vrede neemt toe” . Dat is nieuws. Iedere journalist weet dat dit waarschijnlijk de zoveelste Pr- stunt is, maar stel je voor dat je het toch waar zou zijn. En dan de complexiteit van de werkelijkheid. Je kunt geen eenduidig beeld geven. Het is altijd één van de vele mogelijke visies . Toch verlangt de lezer en kijker thuis pakkende eenduidigheid. De media zouden meer op hun beperkingen moeten wijzen en meer met experts moeten werken. Maar dat kost geld. Journalisten zijn steeds vaker generalisten die – gechargeerd- op het ene moment de open molendag “doen”en op het volgende moment het Midden - Oosten.

Na de Pauze kwam de duurzaamheid aan de orde. Een belangrijk, maar weerbarstig onderwerp om het journalistiek boeiend te brengen. Ook hier zie je experts en non- experts. Groepen die schreeuwen dat duurzaamheid linkse volksverlakkerij is en anderen die oprecht bevreesd zijn voor de toekomst van de aarde. Luyendijk pleit voor kennis- accumulatie via “kenniswolken”. Experts die stukje bij beetje kennis stapelen en delen. Hieruit zouden media kunnen putten voor gedegen informatie. Internet zou een belangrijk middel kunnen zijn. De papieren kranten ziet hij op den duur verdwijnen.

Vragen uit de zaal: Of hij niet cynisch is geworden. “Mensen zouden meer morele verantwoordelijkheid moeten nemen. Ik ook.” Hoe schat hij de kwaliteit van de pers in? “Door kostenbesparingen komen er te veel generalisten en blijven er te weinig experts over. De pers zou ook meer moeten toegeven hoe beperkt onze visie is.” En heeft de pers de Q-koorts niet laten liggen? “Onder de grote rivieren is voor de randstad: Afrika. Daartoe behoort ook Helmond. De politiek en de journalistiek zijn nog in belangrijke mate randstadgebonden. Zo zou het gegaan kunnen zijn.” Een uitermate boeiende afsluitende avond. De voorzitter geeft hem het bekende koffertje met een drankje en een hapje mee, met daarin genoeg proviand om vanuit “Afrika” toch de Randstand te kunnen bereiken...

 

Martin Thijssen

Joost Zwagerman

17 maart 2010 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen

“Als dit een Literair Café is, hoe groot is dan de schouwburg in Helmond?”, begon Joost Zwagerman de avond waarop ook de Literatuurprijs Helmond uitgereikt zou worden. Inderdaad meer dan zeshonderd bezoekers.

Zwagerman was op dreef . Enthousiast en boeiend. Je kon niet aan hem merken dat hij vanwege het boekenweekgeschenk “Duel” elke dag op pad was. De voorzitter van het Literair Café had Zwagerman introducerend een “intellectueel” genoemd in de Franse betekenis van het woord: “Iemand die niet alleen fictie schrijft, maar zich ook in woord en geschrift met het maatschappelijke debat bemoeit.” Zwagerman had het zelf over “Schrijverschap in zijn totaliteit”. Het beoefenen van alle genres kwam niet vaak meer voor. Wellicht dat Mulisch daarom in een recent tv-programma zei, dat hij in Zwagerman zijn opvolger zag. Maar dat was gissen. Bij Mulisch wist je dat nooit.

Zwagerman gaf een overzicht van zijn fictionele werk aan de hand van zijn romans en plaatste die ook in de tijd . “Gimmick” was nog steeds populair vanwege het oerverhaal dat de jongeren herkennen. In “De Buitenvrouw”, zag ieder wel de leraar tegen wie hij of zij zich afzette. Ook het multiculturele aspect in het boek was in deze veranderde tijd nog actueel. Over “Duel” vertelde hij dat het begin aan de werkelijkheid was ontsproten. De oud-directeur van het Stedelijk was bij de nieuwbouw uit angst voor krakers inderdaad in het lege gebouw gaan wonen. De rest was van het verhaal was echt verzonnen.

Zwagerman was Nederlands gaan studeren om schrijver te worden. Later hoorde hij van Maarten ’t Hart dat mensen met schrijversambities alles mogen studeren behalve Nederlands. “Neerlandici zijn de hoeders van de taal. Het zijn boekhouders. Ze houden de boeken bij. Schrijvers lopen voor de boekhouding uit”, aldus ’t Hart. Zwagermans grote stimulator bij zijn beginnend schrijverschap was Martin Ros van De Arbeiderspers. “Met Geweldig, geweldig”, werd hij door hem voor de eerste keer ontvangen en ook alle keren daarna. “Dit wordt het debuut van het jaar.” Achteraf hoorde hij dat iedere schrijver zo door Ros werd ontvangen, maar het stimuleerde wel. Beginnende schrijvers adviseert hij: “Doorzetten, doorgaan!”

In het interview met Udo Holtappels brak Zwagermans een lans voor het korte verhaal. Het krijgt in Nederland als literair genre ten onrechte te weinig aandacht. “Een goed kort verhaal grijpt de lezer direct bij de lurven. Je moet veel weglaten en veel suggereren. “Wat is mooier dan in het kwartiertje voor het slapen gaan iets kunnen lezen dat je je hele leven bijblijft. In Nederland zijn prachtige korte verhalen geschreven.” Hij noemde de korte verhalen van Hermans, Mulisch, Biesheuvel, Hotz en natuurlijk zijn eigen korte verhalen. Hij stelde de korte verhalen van Hermans op een lijn met diens grote romans. Een goed kort verhaal schrijven was wellicht wel even moeilijk als het schrijven van een roman.

Als medejurylid van de Literatuurprijs achtte hij de kwaliteit van de genomineerde korte verhalen hoog. De keuze viel op “Rhea” van Luc de Rooy. Er waren 130 inzendingen. Thema was het “Kind in mij”. Een boeiende, afwisselende avond die in het tweede deel begeleid werd door Bert Kuijpers, die als staddichter een prachtig gedicht “Boekenweekgeschenk”opdroeg aan Joost Zwagerman . Sophie Porro zong begeleid door Kees van Houten het prachtige lied “Mama who bore me”.

Martin Thijssen

Dimitri Verhulst

10 februari 2010 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen

“Hoe wordt iemand schrijver?” De eerste vraag die de voortreffelijke interviewer Piet Piryns aan Dimitri Verhulst stelde. Het antwoord: “Ik heb altijd graag geschreven. Waarom weet ik niet. Bij opstellen op school maakte ik meestal ook meer lijntjes dan hoefde.” Een leescultuur was er thuis niet. Drie boeken waren er. Een ervan een pornoboekje met een ingeplakt bidprentje van Louis Paul Boon. Louis Paul Boon was in die tijd “een monument”, maar zijn echte grote voorbeeld was Jeroen Brouwers. “Ik heb hem van me af moeten schrijven.”

Zijn eerste boek “De Kamer hiernaast”vindt hij ondanks de lovende kritieken een mislukking: “Veel flauwe taalgrappen. Te geforceerd.” Gedichten schrijven ( “Liefde, tenzij anders vermeld”) lukt hem niet echt. Hij vindt geen “eigen toon”.

Zijn roman “Problemski Hotel” uit 2003 verschijnt in tien talen. Hij is aan het doorbreken. “Gefictioneerde werkelijkheid”, noemt hij het boek. Hij heeft er korte tijd voor in een asielcentrum vertoeft. De boodschap van het boek had hij vooraf al in zijn hoofd: “Rechtse rakkers confronteren met het leed van de asielzoekers.” Maar de werkelijkheid vereiste een correctie. Een asielcentrum betekent ook allerlei rassen, culturen en nationaliteiten , met als gevolg: spanningen en conflicten.“Nergens heb ik grotere racisten ontmoet.” Maar de echte ellende zal hij niet vergeten.

Met zijn autobiografische roman “ De helaasheid der dingen”(2007) breekt hij echt door. Werkelijkheid en fictie gaan door elkaar lopen. Ingetogen leest voor over “de plaspas” van zijn moeder. Beeldende taal. Scherpe observaties met humor die schrijnt. Het boek en de verfilming ervan hebben hem naast erkenning ook veel ellende bezorgd. Hij is bedreigd. Familieleden en dorpsbewoners herkenden zich. Fictie en werkelijkheid werden door elkaar gegooid. De kranten smulden. Achteraf zou hij zaken anders hebben aangepakt. “Andere namen, bijvoorbeeld, niet de echte.”

In de literatuur zou volgens Verhulst het thema “liefde “meer aandacht mogen krijgen. De novelle “Mevrouw Verona daalt de heuvel af”, is een met veel zorg geschreven verhaal over liefde, maar ook over dood.

In zijn in 2009 met de Libris - Literatuurprijs bekroonde roman “Godverdomse dagen op een godverdomse bol”, wordt de geschiedenis van de mens op een andere manier te beschreven, en wel vanuit het perspectief van het zich ontwikkelende: “ `t ”. Dit “ `t ” staat voor het wezen mens in al zijn ontwikkelingsstadia. Dus niet de bekende geschiedenis van de heersers en hun veldslagen. Het schrijven van deze roman heeft hem veel moeite gekost.

Tijdens het schrijven heeft hij vaak al weer een andere roman in zijn hoofd, wat lastig is. Wanneer hij zeshonderd woorden per dag heeft geschreven, voelt hij zich een “model Sovjet- arbeider”. Discipline heeft hij vanzelf, want schrijven doet hij met plezier.

Verhulst sluit af met het verhaal “Ik heb dorst” De titel verwijst naar de woorden van Christus aan het kruis. Het is een verhaal uit een nog niet voltooide cyclus, gebaseerd op de laatste woorden van Christus.

Een oude man in een ziekenhuis wil per se zijn innig geliefde en dodelijk zieke vrouw zien. Kanker in een terminaal stadium. Ze ligt nu op de intensive care. Diepe gevoelens van liefde botsten hier met kille ziekenhuisregels. De wijze waarop Verhulst de woorden “Ik heb dorst”, een paar uitsprak, ging diep onder de huid. Zijn verhaal was indrukwekkend en getuigt van groot talent. “Hij raakt je”, zei iemand.

Martin Thijssen


Tania Heimans en Marieke van der Pol

18 januari 2010 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen

Bert Kuijpers opent als stadsdichter met een gedicht over winters Helmond en de liefdes die daar bij boer Kuijpers op het ijs zijn ontstaan. Waarschijnlijk Helmonds eerste Wintergedicht. Tania Heimans, de schrijfster van “Hemelsleutels”, een “droomdebuut” volgens NRC- Handelsblad, krijgt daarna het woord. Met een mooi opgebouwd verhaal leidt ze ons in haar werk in, waarbij ze ook typerende passages voorleest. Proza dat sober lijkt, maar rijk en indringend is door de scherpe observaties. Je wordt meegezogen en ontroerd. Ze vertelt over haar “ongewone jeugd” in een hippiegezin met vrije liefde en drugs. Als kind al voelde ze zich verantwoordelijk voor haar ouders. Echt kind zijn kon ze alleen bij een van haar oma’s.

Haar eerste poging om iets te schrijven over haar jeugd in het “instabiele gezin”, leidde tot een “huilerig, en toen, en toen- verhaal”. Arthur Japin wees de richting : “Het is niet uitdagend om te beschrijven wat is geweest, maar wat had kunnen gebeuren”. Ze gaat opnieuw aan de slag. Hoewel ze zelf in haar jeugd voornamelijk bij haar moeder in huis was, vertelt ze nu in haar debuut “Hemelsleutels”, het verhaal van het meisje Linde dat na de tragische dood van haar moeder alleen verder moet met haar vader, een schilder van vrouwelijk naakt, verslaafd aan seks, drank en drugs. Fictie en werkelijkheid. Maar in de pers dreigde de werkelijkheid van haar “ongewone jeugd” belangrijker te worden dan haar boek. Met haar tweede roman “Huurmoeder” dacht ze een zuiver fictioneel boek te hebben geschreven. Maar er wordt toch weer naar verbanden met haar leven gezocht, zij het ook in mindere mate. En natuurlijk blijft de eigen werkelijkheid een rol spelen. Vaak onbewust. Ze heeft dat geaccepteerd. En: “Een schrijver schrijft, en laat anderen je werk maar begrijpen.”

Marieke van der Pol (“Bruidsvlucht”) was actrice, maar ze wilde iets anders en begon aan een scenaristenopleiding. Ze beschrijft de vaak ondergewaardeerde rol van de scenarist, die in feite het hele filmverhaal schrijft, en niet alleen de dialogen. Ze wijst op de beperkingen van een filmscenario: “Je mag alleen schrijven wat je kunt zien en wel in de tegenwoordige tijd, en in de derde persoon. Je hebt voor een filmverhaal 90 minuten”. Ze legt uit hoe haar scenario voor “De Tweeling” van Tessa de Loo tot stand is gekomen. Ze laat ons al vertellend getuige zijn van de Oscar-uitreiking waarvoor ze was uitgenodigd omdat “De Tweeling” was genomineerd.

Beeldend en wervelend is haar verhaal, zoals ook de verteltrant in haar boek “Bruidsvlucht”. Een boek dat is ontstaan uit een scenario-opdracht voor de gelijknamige film over de legendarische KLM- vlucht in1953 van Londen naar Nieuw - Zeeland. Een race, waaraan vier landen deelnamen. In het toestel zaten veel bruiden, op weg naar hun verloofdes. Ze vertelt over haar gesprekken met toenmalige passagiers die ze in Nieuw-Zeeland heeft opgezocht. Mensen die in Nieuw - Zeeland een nieuw bestaan zochten. Ze hoort vol betrokkenheid hun positieve en negatieve ervaringen. Allengs ontstaat het idee voor een roman, want elke scenarioschrijver wil diep in zijn hart ook zelf schrijven. Je eigen regie voeren. Echt vrij zijn. In eerste instantie zou het een “filmboek” worden, dat zou uitkomen bij de première van “Brideflight”, en dan weer zou “verdwijnen”. Maar uiteindelijk is het een echte roman geworden. Een boek vol spanning, avontuur liefde en verdriet. “Prachtig geschreven” (NRC- Handelsblad).

De avond was eigenlijk te kort.

Martin Thijssen

Jan Brokken, Judith Koelemeijer en Fank Westerman

25 november 2009 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen

Drie schrijvers die samen een avondvullend programma “ Land op Drift” brengen: Jan Brokken (“Mijn kleine waanzin” en “Het huis van de dichter”), Judith Koelemeijer ( “Het zwijgen van Maria Zachea”) en Frank Westerman ( “Ararat “en “De Graanrepubliek”). Aan de hand van fragmenten uit hun werk vertelden ze over cruciale gebeurtenissen uit hun leven, die een breuk betekenden met het verleden.

De opzet bleek boeiend. De zaal herkende zich in de voorgelezen verhaalfragmenten over de vroegere verhouding tussen de geloven ( onder andere de gemengde liefdes en hoe daar tegenaan werd gekeken), de langzame ontkerkelijking, de hemelbestormende jaren- zestig- idealen met het linkse, anti-Amerikanisme, de rock and roll, de hippies, het eindeloze en nutteloze geouwehoer over van alles en nog wat van de wereldverbeteraars, de demonstraties tegen de kruisraketten en dan de ontnuchtering in de jaren tachtig en de trend zettende Amsterdamse, coke snuivende yuppies, intellectuelen en kunstenaars. En nu, na Fortuyn en Van Gogh, het tijdvak van Wilders . De drie schrijvers noemen zich “literaire non-fictieschrijvers” die objectieve feiten een literaire stem willen geven door ze op een bepaalde manier te groeperen en te ‘vertalen’. Ze zijn daarbij “wars van absolute denkbeelden”.

De gekozen fragmenten uit hun werken waren illustratief, boeiend en soms beklemmend. De zaal was ademloos. Frank Westerman liet als grote lijn zien hoe we in ons land sinds Bonifatius vanuit een maakbaarheidsideaal bezig zijn geweest met onder andere inpolderingen. Nu wordt het eertijds drooggelegde en in cultuur gebrachte land steeds vaker weer in natuur omgezet. Van droog weer naar nat.

Jan Brokken benadrukte hoe we na de ‘vrijheid’ van de jaren zestig en zeventig langzaam afglijden naar een staat met een bijna verstikkende, bemoei- en regelzucht. Observaties van hem nadat hij een tijdje in het buitenland had gezeten: “U rijdt te hard” , “Vogels!”, “U nadert een stiltegebied”. Judith Koelemeijer maakte vanuit een aantal typerende gezins- en familiesituaties met humor invoelbaar wat de veranderende tijd aan conflicten tussen ouders kinderen en familieleden oplevert. Prachtige sfeerfragmenten.

Bij alle drie bleek de enorme invloed van het geloof en de verzuiling op hun leven, maar ook die van de ideologisch, linkse verblinding van de jaren zestig en zeventig. Ieder had daarvan indrukwekkende voorbeelden. Uit de reacties van de zaal werd duidelijk dat het hier om een tamelijk collectief gevoelen ging. Typerend voor ons land?

Een prachtige avond met een formule die aansloeg!

Martin Thijssen


Ramsey Nasr

20 oktober 2009 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen

“U bent artistiek een veelzijdig mens: dichter, acteur en regisseur, en u neemt ook nog volop deel aan het maatschappelijke debat.” Zo introduceerde de voorzitter van het Literair Café Helmond gisteravond Ramsey Nasr (1974), vanaf 2009 voor vijf jaar de Dichter des Vaderlands. En over Nasr’s onlangs verschenen verzamelbundel “Tussen Lelie en Waterstofbom”, zei hij: “De gedichten zijn geschreven in een nieuwe taal, met schitterende beelden en een prachtige ritmiek. Je wordt als lezer meegesleurd.”

Direct al met het voorlezen van een “Orpheus-achtig” fragment uit het gedicht “Geen lied” onderstreept Ramsey Nasr dat hij echt vernieuwend is binnen de Nederlandse dichtkunst. Een nieuw geluid dat ook waardering oogst van de volle zaal, want een daverend applaus volgt. In zijn interview met Bert Kuijpers zegt Nasr dat hij van taal leeft. “Taal onder spanning zetten”, daar houdt hij van. Maar taal leeft ook van de dichter: “want de echte dichter schept ook taal.” Je kunt hem als dichter dan ook geen groter plezier doen dan door hem te wijzen op een nieuwe taalschepping, vertelt hij Bert Kuijpers, nadat die hem met het prachtige woord “fonkelconfetti” had gecomplimenteerd.

De acteur in Nasr kwam naar voren in de perfecte voordracht, die ook de bijzondere ritmiek van zijn poëzie tot een echt luistergenoegen maakte. “Dichter en acteur, hoe combineer je dat?” vroeg Bert Kuijpers. Nasr vertelt dat hij aanvankelijk de acteur van de dichter gescheiden wilde houden. Zijn poëzie diende uitsluitend als gedrukte tekst bewonderd te worden, maar allengs merkte hij dat de voordracht van de tekst door de acteur Nasr ook een meerwaarde kan hebben. Nasr is niet alleen een taalvernieuwer. Hij speelt ook met conventies en genres. De Duitse romantische “Nachtigallpoesie” van Heine weet hij in een aantal voorgelezen liefdesgedichten een verrassende, eigentijdse inhoud te geven. Prachtig was het voorgelezen “klef - en – kleef- liefdesgedicht”. De psalmen- die hij zeer bewondert- weet hij door enkele ingrepen hun afstandelijkheid te ontnemen. En als Dichter des Vaderlands? Hij is eerlijk .Hij had kritiek op zijn voorganger Van Wissen. En dus kon hij zich niet terugtrekken. Gelukkig maar, denk je dan als bezoeker gisteravond. De gedichten, geschreven als Dichter des Vaderlands, zijn taalkunstwerken vol engagement, maar zonder drammerigheid, ze zijn serieus, maar met humor. Nederland, dat land met het eertijds toch zo “ nijvere en propere volkje” is het onderwerp. Nederland op zoek naar zijn identiteit. Het Nederland met Van Gogh, Fortuyn, Wilders, en de aanslag op de koningin. Nederland met zijn graai- en bonuscultuur, die Nasr in een schitterend drieluik verbindt met eigenzinnige beschouwingen over Vermeers schilderij “Het meisje met de weegschaal”.

En Nederland en Vlaanderen? Want hij was toch ook Dichter van de stad Antwerpen? “In contrast leer je het eigen land en het andere beter zien en waarderen.” Hij houdt van Nederland en van Vlaanderen.

Nasr sloot de avond af met een virtuoos gedicht over zijn geboortestad Rotterdam, de smeltkroes van culturen. Een gedicht dat een mengeling is van plat, autochtoon en allochtoon taalgebruik. Een uitermate boeiende avond, waarin Juliette Vermaas na de pauze met haar twee delen van een partita van Bach ook nog voor een ingetogen moment van rust zorgde en Bert Kuijpers als interviewer op een voortreffelijke wijze de zieke Cees van der Pluijm heeft vervangen.

Martin Thijssen

Pieter Steinz

15 september 2009 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen

Pieter Steinz (1963), chef literatuur NRC Handelsblad, opende het nieuwe seizoen van het Literair Café Helmond. De avond werd, na een korte inleiding over zijn boeken, gevuld met een gedegen voordracht over de Nobelprijs.

Zijn boeken, zo vertelde Steinz, waren vooral antwoorden op wensen van lezers. Zo is de Lezen & etcetera- gids er als je na het lezen van een boek op zoek bent naar soortgelijke boeken. Lezen op locatie is geschreven als je, bijvoorbeeld op vakantie in de Provence, ook iets over je vakantieplek wilt lezen. En Het web van de wereldliteratuur is een introductie voor ‘beginnende lezers’.

Steinz beschrijft wat de uitreiking van de Nobelprijs aan spanning voor zijn krant betekent. Op de eerste of tweede donderdag van oktober wordt om een uur `s middags de winnaar bekend gemaakt. Het NRC, als avondkrant, gaat echter om precies half twee `s middags naar de drukpers. Een stuk van achthonderd woorden schrijven in een half uur is ondoenlijk. Dus bereidt de redacteur literatuur al maanden van te voren op basis van vage gegevens stukken voor over mogelijke winnaars. Maar Peter Steinz verklapt een ‘geheim’. NRC had van 1993 tot 1998 een deep throat in Stockholm. Een avond tot enkele uren van tevoren kreeg de krant de naam van de vermoedelijke laureaat door. Maar na 1998 hield het op en dus is de spanning weer terug.

Wie maakt de keuze? Er is een Nobelprijscomité waarvan de leden voor het leven worden benoemd. Het comité luistert vooral naar de stem van eerdere winnaars. Europa is lang favoriet geweest. Pas in 1998 kwam er met de keuze van Egyptenaar Mafouz een belangrijke doorbraak.

Over de criteria is weinig bekend. Het moet een levende auteur zijn. Het werk moet een zeker optimisme uitstralen. Te veel seks lijkt niet goed. “Het comité is preuts.” En van een politieke keuze is niet iedereen gediend.

Harry Mulisch heeft ooit opgemerkt dat de lijst van degenen die het niet zijn geworden, fraaier is dan die van de winnaars. En dat lijkt ook zo. De namen die bij de winnaars ontbreken zijn bijvoorbeeld: Zola, Tolstoi, Ibsen, James, Proust, Joyce, Woolf, Achmatova, Greene .(Kafka ook, maar zijn grote werk is pas na zijn dood uitgegeven). En de Nederlandstalige literatuur? Zowel Huizinga als Claus stonden ooit bij de laatste twee.

En wie komt er nu nog binnen het Nederlandse taalgebied in aanmerking? Steinz noemt Hella Haase, Cees Nooteboom en Harry Mulisch Maar op basis van statistische gegevens zou het dit keer een vrouw van drieënzestig moeten zijn met De Maagd als sterrenbeeld, een essayiste met als taal het Hindi. Steinz’ eigen voorkeuren: Australië: Peter Carrey, Afrika: Antjie Krogt, Amerika: Vargas Llosa en Philip Roth, Azië: Salman Rushdie, Europa: Milan Kundera, Nederland Hella Haasse. “Maar het blijft een tombola.” Het was een boeiende voordracht. Jammer dat Steinz slechts één vraag kon beantwoorden omdat hij de trein moest halen.

Martin Thijssen



Lid worden?

Vanaf € 60.- bent u donateur van het Literair Café Helmond. U heeft gratis toegang tot onze 6 literaire avonden en mag bovendien gratis 1 introducé meenemen. Zo bespaart u 50% ! Ook ontvangt u voor elke avond informatie over de schrijver (per email en eventueel per post).

Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden via het aanmeldformulier op deze website of bij het secretariaat:

Wethouder van Wellaan 142
5703 CN Helmond
Tel. 0492 532496

Losse kaartjes kosten € 10,00 (tot 18 jaar € 5,00)
Kaarten zijn alleen aan de zaal verkrijgbaar.
Reservering van plaatsen is niet mogelijk.