Charles den Tex

20 april 2011 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen


Den Tex( 1952), driemaal de “Gouden Strop”, had er zin in: “Wie er deze avond vanwege het mooie weer niet is heeft pech,want morgen is het ook mooi weer en dan ben ik er niet.” Het begin van een buitengewoon interessante avond.

Geen gefilosofeer over de “Literaire Thriller” en wat nu wel of niet “literair” is, maar wel twee uur lang een boeiende inkijk in het werk van een gerenommeerde thrillerschrijver. Den Tex: “Ik heb een gewone jeugd gehad, ben niet ziek geweest en in mijn echte leven gebeurt er weinig, maar ik houd van spanning, misdaad, actie, handeling. Hier zit mijn drijfveer.”

Zijn hoofdpersonen zijn “normale mensen die buiten hun schuld ergens in verzeild raken en iets moeten gaan doen om uit die situatie te komen.”Het gaat in de thriller in tegenstelling tot de policier of detective niet zozeer om het oplossen van een misdaad, als wel om de slachtoffers ervan en hun reactie op wat er met hen gebeurt. De plot zorgt voor structuur en biedt de schrijver houvast.

Bij een nieuw boek begint hij altijd met het onderwerp. Dat kan van alles zijn. Zijn “schriftjes” kunnen onderwerpen aandragen. Hij heeft ze altijd bij zich en schrijft alles op: Misschien wordt het ooit een boek? Fraude komt vaak terug in zijn werk: in de digitale wereld, in de afvalverwerkingindustrie, bij de grote chemieconcerns, in de zaken- en bankwereld. Zie boeken als: “Code 39”, “Deals”, “Met schijn van kans”, “De macht van mijnheer Miller (ook als televisieserie bewerkt).

Is het onderwerp gekozen, dan volgt de researchfase. Hij gaat op zoek naar mensen die iets over het onderwerp weten. Hij haalt de kennis bij voorkeur niet uit boeken. De mensen zelf moeten aan het woord komen en hun omgeving moet hij leren kennen. Hij verzamelt gebeurtenissen en feiten Hij moet ze tot een verhaal verwerken. Verhalen zijn bewerkte werkelijkheid. Hij vertelt over enkele zoektochten. De zaal hangt aan zijn lippen.

Na het onderwerp komt de locatie: Waar speelt het verhaal zich af. Het zoeken van een locatie vindt Den Tex het mooiste deel zijn werk. Die locaties moet hij zien, horen, ruiken en voelen. Hij wandelt er dagen rond en schrijft. Hij zuigt de plek als het waren op. Sfeer is belangrijk. Die moet overkomen. Daar gaat het om.

De plot krijgt vaak pas halverwege het boek vorm. Hoe het afloopt weet hij aan het begin dus nog niet . Ook de personages ontstaan tijdens het schrijven.

Hij is beïnvloed door Amerikaanse en Engelse misdaadschrijvers. Hij heeft bijna alles gelezen. Boeken met normale mensen als hoofdpersoon boeien hem. Geen psychopaten. Hij leest nu steeds vaker als vakman, echt wegduiken in een boek lukt hem niet meer. Met Thomas Ross begeleidt hij sinds kort een “verhalenproject” met veteranen, mensen die vaak verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt. Ze willen hun leren wat ze hebben meegemaakt in een verhaal om te zetten dat overkomt en voor henzelf therapeutisch werkt.

 

Martin Thijssen

Ingrid en Dieter Schubert

16 februari 2011 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen | Bekijk de foto's van deze avond!

Ingrid en Dieter Schubert, zijn de makers van onder andere: “Platvoetje”, “ Woeste Willem”, “Beer en Egel”, “Er ligt een krokodil onder mijn bed”, “De miniheks op discoschoenen”, “De zeerover met watervrees”. Het echtpaar had een enthousiast en goed voorbereid verhaal met veel wetenswaardigheden over het maken van een kinderprentenboek. En ze brachten het met veel humor.

Wat is een goed kinderboek? “Wanneer kinderen echt in een boek duiken, en rode oortjes krijgen,  en veel kunnen lachen, want humor is ontzettend belangrijk. Het verhaal moet kloppen. Kinderen controleren details. Als je schrijft dat er tien muisjes zijn en op de prent tellen ze er maar negen, zijn ze teleurgesteld. Er moet ook een goede afloop zijn. Kinderen verwachten dat. Alles wat bedreigend of eng is, mag niet te expliciet zijn. Een grote boze heks, maak je bijvoorbeeld heel klein zodat een kind toch het gevoel heeft het boze de baas te zijn.”

“Hebt u ook een boodschap of een moraal?”, werd er uit de zaal gevraagd. Ingrid Schubert: “Ik heb een bloedhekel aan opvoedkundige ondertoontjes. Kinderen moeten stout kunnen zijn, zoals Pipi Langkous, maar, en dat is misschien dan toch moralistisch, we behoeden kinderen wel voor gedrag dat echt gevaarlijk kan zijn, bijvoorbeeld: zomaar met iemand meegaan. Toen dit in een boek dreigde te gebeuren, hebben we dat omgegooid.”

“Voorlezen?” “Ontzettend belangrijk. Het is een moment van rust. Tot ongeveer hun twaalfde hebben we onze kinderen, liggend in hun bed,  elke avond voorgelezen en toen kwam voor ons dat moeilijke moment: ‘Ik lees zelf wel’.”

Bij het maken van een boek komt eerst het verhaal. De uitgever bekijkt dat grondig. Dat moet kloppen tot in alle details.  Vervolgens komen de schetsen en wordt er van het boek een potlooddummy gemaakt. (In de zaal werd zo’n tien meter lange dummy van schetsen als een Panorama Mesdag uitgerold.) Het geheel wordt vervolgens bekeken op ritme en afwisseling. Daarna wordt elke prent uitgewerkt en weer beoordeeld, ook “vanuit de onderbuik”: Hoe komt dit waarschijnlijk over bij een kind, maar ook bij de ouders? Een boek kan klaar zijn en door de uitgever toch nog worden afgekeurd. Soms moet een prent drie keer over. Elk detail wordt in de gaten gehouden.

Afsluitend vertelde  Ingrid Schubert aan de hand van geprojecteerde prenten uit een prentenboek zonder tekst,  het verhaal van “De paraplu”. “Kinderen maken ook graag hun eigen verhaal. Er hoeft niet altijd tekst bij te staan. Laat ze zelf ook vertellen! Het prikkelt hun fantasie.” En ze eindigde: “Wat is er mooier dan boeken maken voor kinderen?”

Martin Thijssen

Wim Daniëls en Bert Kuijpers

18 januari 2011 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen | Bekijk de foto's van deze avond!

Bert Kuijpers had voor zijn afscheidsavond twee bevriende dichters uitgenodigd: Frits Criens, stadsdichter van Leudal en Frank van Pamelen ,ex - stadsdichter van Tilburg. Twee veelzijdige artiesten, gepokt en gemazeld in het vak, net als Bert. Ze traden voor en na de pauze op.

Frits Criens bestreek het hele scala van scabreuze lichte verzen tot serieuze poëzie, waarbij de liefde -laag en hoog- een vaak terugkerend thema was. Frank van Pamelen  stond er als een rasechte performer en taalvirtuoos à  la Ivo de Wijs. Met zijn onnavolgbare rappe, interactieve grappen, spelletjes en acts, wist hij de zaal in een mum van tijd in te pakken.

Maar ook Bert Kuijpers en zijn vaste crew waren in een kort intermezzo echt op dreef. Bert zelf met “Helmond” en “Het Verschil”. Het door Bert geschreven “Literair Café”, werd passend cabaretesk vertolkt door Annemarie Henselmans. Udo Holtappels zorgde zoals altijd voor een perfecte piano-ondersteuning en zijn elfjarige zoon Fabio speelde heel professioneel een mars uit de Notenkrakerssuite.

Aan het eind van de avond onderstreepte Bert met zijn  indringende gedicht “Afscheid” nog eens zijn intense betrokkenheid bij Helmond. Wethouder Jan van den Heuvel beschreef  in zijn dankwoord dan ook terecht Bert Kuijpers als een man met liefde voor taal, maar ook als iemand die echt van Helmond houdt. Beide liefdes zijn nodig voor een echte stadsdichter, aldus de wethouder.

Wim Daniëls wordt de nieuwe stadsdichter: “Je hoeft er niet te wonen, maar je moet wel van de stad houden.” Met “Een gedicht op Helmond” en “Jan v.d. Eijnde  van Van Oorschot”, liet hij zijn eerste humorvolle en tevens overtuigende proeven van bekwaamheid horen. Zijn uitsmijter: “Je hebt veel soorten wiet, een ervan is kierewiet”, was een schot in de roos van de Helmondse actualiteit.

Een mooie avond, waarvan het  voorprogramma sfeervol werd  ingezet met piano- en vioolspel van vader en zoon Koolen. Er viel veel te lachen en Bert Kuijpers kan rustig slapen: hij heeft een goede opvolger.

Tien van Berts gedichten -door hem zelf gekozen -zijn fraai vormgegeven en als briefkaarten in een geschenkdoosje te koop bij de boekhandel (euro 4.50).

Afscheid ik heb al die tijd getracht iets aansprekends te maken degenen ,die het aanging, soms in het hart te raken uit liefde voor de stad  die ik mocht berijmen, haar hoogglans, haar gebreken, haar krachten, haar geheimen. Ik schenk u, wat ik gemaakt heb; neem ’t maar mee, ’t ligt ’r Vaarwel, mijn vaderstad, verwacht een ander dichter. ... Bert Kuijpers.

Martin Thijssen

Remco Campert en Rick de Leeuw

24 november 2010 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen | Bekijk de foto's van deze avond!

De “magische machine”waarop Remco Campert  zijn succesroman “Het leven is Vurrukkulluk” typte, is intussen een paar keer vervangen, maar wel door een “ouderwetse” typemachine. De nieuwe media maken hem onzeker, zegt de nu 81- jarige Remco Campert. Hij heeft ook geen mobieltje. Zijn probleem is wel: Hoe kom ik aan lint voor mijn Olympia, Adler of Olivetti?

Remco Campert was voor de tweede keer na 17 jaar in het Literair Café in Helmond. Rick de Leeuw, was zijn enthousiaste en humorvolle interviewer.

Campert was sprankelend en bedachtzaam tegelijk. Bij vlagen meeslepend in weemoed. Hij gunde de zaal een uitermate open terugblik op zijn schrijverschap.

Voortdurend voelt hij de druk om voor zijn dood het moment te bereiken waarop hij kan zeggen: “Nu is het af”.  Schrijven is zijn leven. Dat was bijvoorbeeld  ook de reden dat hij destijds de sfeer van “vreugdevolle ondergang” heeft verlaten die hij in zijn Jachtslust-tijd ervoer en waarover Annejet van der Zijl in haar gelijknamige roman “Jachtlust” heeft geschreven. En om “nog andere dingen” te kunnen doen,  is hij later ook gestopt met de column CaMu in de Volkskrant, maar dit nog steeds “met pijn in het hart”.

“Had je vroeger ook een podium, zoals een Literair Café?” opende De Leeuw.

Campert vertelt hoe aanvankelijk de taal vernieuwende “Vijftigers” elkaar hun gedichten voorlazen. Een publiek was er niet. Simon Vinkenoog was degene die in 1966 met zijn legendarische poëzieavond in Carré  als eerste gedichten voor een groot publiek als performanceact liet brengen.

Campert leest een liefdesgedicht voor uit zijn Parijse tijd. Parijs was en is zijn grote liefde. Dit is Campert. Dit is weemoed. Dit is mooi. Luid applaus. Campert vertelt dat het met de geliefde in het gedicht goed is gekomen en er ontspint zich een boeiend gesprek over leven en schrijven. Campert: “literatuur heeft ook altijd een biografische achtergrond.”

De Leeuw: “Betekent dat dat je door het leven gaat met voortdurend in je hoofd: kan ik hier iets over schrijven?”

Campert: “Eerst stort je je in het leven. En achteraf probeer je er iets uit te halen. Woorden op papier te zetten. Soms kort erna, soms tien jaar later. Mijn poëzie  is een middel om mijn  ervaringen te behouden. Je schrijft eigenlijk voor jezelf. Maar toch ook wel zo dat het een algemene, voor anderen invoelbare ervaring oplevert. Poëzie is emotie.” Voor zijn columns verzamelt hij daarentegen heel bewust feiten. “De krant betekent druk. Je moet iets hebben.” 

Campert voelt zich op de eerste plaats dichter, die daarnaast ook kleine romans schrijft. Een roman vergt planning .Campert is geen planner. Zo heeft hij ook nooit geleefd. Hij begint een roman met een willekeurige eerste regel en gaat dan associatief verder. Bijna op de helft merkt hij welke kant het uitgaat en dan moet er een mooi gesloten einde komen. In zijn korte verhaal “De luchtdichter” uit de bundel “Om vijf uur in de middag”, vinden we deze gedachten over zijn schrijverschap terug.

Zeventien jaar geleden eindigde Campert de avond met het prachtige, melancholische gedicht “Lamento”. Piet Swinkels schreef toen in het E.D. “Alleen al door dit gedicht was de avond geslaagd.” Ook nu weer sloot Campert  af met dit ingetogen voorgedragen, schitterende gedicht. Mede dank zij Rick De Leeuw hebben we Campert als schrijver en als mens in alle openheid leren kennen.” 

Martin Thijssen

Franca Treur en Ricus van de Coevering

19 oktober 2010 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen

Het was de avond van de gelauwerde debutanten: Franca Treur met “Dorsvloer vol Confetti” (Selexyz Debuutprijs 2010 ) en Ricus van de Coevering met “Sneeuweieren” ( Academica Debutantenprijs 2009 en de ECI Literatuurprijs). Udo Holtappels interviewde. Franca Treur vertelt dat ze inmiddels honderdduizend boeken heeft verkocht. De NS Publieksprijs was ze maandag  “net misgelopen”. “Had je hem graag gehad?” “Ja, zeker.”

In de boeken van beide auteurs is de plaats van handeling een boerenbedrijf.  Franca Treur schrijft over een orthodox gelovig gezin van een koehouder in Zeeland. Bij Ricus van de Coevering bevinden we ons op een kippenbedrijf in de Brabantse Peel.

Toch zijn de boeken niet geschreven als wanhoopskreten over het harde boerenbestaan. Beide auteurs hadden literair gezien behoefte aan een “geïsoleerde omgeving” om zich zo beter te kunnen focussen op de centrale idee van hun werk. Weg van mogelijke ruis, dus. Vandaar de keuze voor het platteland en een enigszins afgezonderd levende boerenfamilie.

Bij Franca Treur staat de impact van “het leven vanuit een idee” centraal. Ze schrijft haar boek vanuit het perspectief van een opgroeiend serieus  meisje dat zich aan haar bevindelijk gereformeerde milieu probeert te ontworstelen. Ricus van de Coevering heeft gekozen voor het thema “verlangen”. Vier mensen met gefrustreerde verlangens, met wie het als in een Griekse tragedie onontkoombaar tragisch afloopt.

De auteurs benadrukken dat ze gewaardeerd willen worden om “hoe” ze hun gekozen  problematiek literair hebben vormgegeven. De keuze van de stofinhoud is bijzaak. “Het protestantse gezin had ook een communistisch gezin kunnen zijn” en “de kippenboer ook een bakker.”

Naar aanleiding van vragen over verbanden tussen hun werk en hun biografie, zeggen beiden dat ze een fictioneel werk hebben geschreven. Dat het “een geconstrueerde wereld” is. Van de Coevering heeft bijvoorbeeld absoluut geen agrarische achtergrond. Franca Treur zegt dat ze omwille van haar ouders tijdens lezingen, soms tot vervelens toe, duidelijk moet maken dat het beschreven gezin niet haar thuis was. Maar toch, ook deze avond, veel vragen over werk en biografie en niet de gebruikelijke vragen over literaire voorbeelden, het verloop van schrijfproces, vragen om verduidelijking over het werk, etc. En wat doet succes? Eerst champagne, maar het went en een nadeel is: het houd je van je werk af. Schrijven vereist concentratie. Nieuwe boeken? Wellicht 2011.

Het was een ontspannen, verfrissende avond voor een volle zaal. En de auteurs: boeiend en veelbelovend.

Martin Thijssen

Ivo de Wijs

15 september 2010 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen | Bekijk de foto's van deze avond!

Het Literair Café Helmond vierde op 15 september zijn 20-jarige bestaan. Sytze Ferwerda startte de avond met een boeiende terugblik: Adriaan Morriën die zijn interviewster negeerde, omdat ze volgens hem vragen stelde, waarop de antwoorden het publiek niet interesseerden; Jan Wolkers die na afloop plotseling zoek was, maar ergens voor de tv bleek te zitten, kijkend naar een belangrijke voetbalwedstrijd; Jan Siebelink die met tranen in de ogen vertelde dat hij door de aankoop van zijn sportwagen nog steeds met een schuldgevoel zat t.o.v. zijn overleden vader; Simon Vinkenoog met een joint in de mond. Het was een van zijn laatste optredens…

De schrijvers met hun eigenaardigheden. Uiteindelijk zijn het gewone mensen. “Maar toch ook weer anders en daarom willen we ze zien, horen en wellicht ook spreken, en met een gesigneerd boek van hen naar huis gaan”, aldus Martin Thijssen.

Na de pauze is het woord aan Ivo de Wijs: “Kom ik naar Helmond, ga ik de nieuwe wijken bekijken, rust ik uiteindelijk uit op een bank en wat zie ik op die bank staan. Een gedicht van mij.” Met een ballade dankt hij het Literair Café Helmond, waar hij in 1991 een van de eerste gasten was. Hij lijkt terug van nooit weggeweest. Speels gemakkelijk gaat hij om met taal. Hij heeft humor. De zaal ligt aan zijn voeten. Ollekebollekes: hij schudt ze uit zijn mouw. En bij Biesbosbosbesbusbaas, scandeert de zaal mee. Het ene lachsalvo na het andere is het gevolg.

Maar Ivo de Wijs kent ook de lach van de weemoed, kenmerkend voor de echte humorist, dat blijkt uit zijn gedicht “Wat was de mooiste tijd”: “Ik kuste, ik kuste, ik kuste…,  of ik er wel pap van lustte. Vervolgens houdt hij een serieus pleidooi voor een andere omgang met onze oude literatuur. Dit naar aanleiding van zijn bewerking van “Woutertje Pieterse” en de binnenkort te verschijnen “Camera Obscura”. “Zonder ingrijpend bekorten en schrappen leest niemand op den duur meer die literatuur”. Maar hij beseft dat hij daarmee tegen het zere been van wetenschappers schopt.

Met een humoristische sociologie van verzamelde rouwadvertenties sluit hij af: “Rien, doet het niet meer.” “Tot onze grote droefenis is ons moeder van een langdurig lijden verlost”. “Da’s pech, Oma weg.” “Gisteren is Jan dood wakker geworden in zijn eigen bed.” Hij geeft tips. Onder andere deze: Advertentieteksten nooit telefonisch doorgeven: “Kees Huizinga met een z is na een kort ziekbed overleden” “De dode heeft recht op waardigheid”, aldus Ivo de Wijs. “Probeer niet grappig of origineel te zijn. De grens tussen droef en hilarisch overschrijd je snel.”  Een warm en langdurig applaus voor sluit de avond af.

De donateurs krijgen na afloop een literaire verjaardagskalender, waarin ook is opgenomen het jubileumgedicht van de stadsdichter Bert Kuijpers.

Martin Thijssen



Lid worden?

Vanaf € 60.- bent u donateur van het Literair Café Helmond. U heeft gratis toegang tot onze 6 literaire avonden en mag bovendien gratis 1 introducé meenemen. Zo bespaart u 50% ! Ook ontvangt u voor elke avond informatie over de schrijver (per email en eventueel per post).

Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden via het aanmeldformulier op deze website of bij het secretariaat:

Wethouder van Wellaan 142
5703 CN Helmond
Tel. 0492 532496

Losse kaartjes kosten € 10,00 (tot 18 jaar € 5,00)
Kaarten zijn alleen aan de zaal verkrijgbaar.
Reservering van plaatsen is niet mogelijk.