Verslag over ruim 29 jaar Literair Café Helmond

26 maart 2019 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen | Bekijk de foto's

<

Schrijvers zijn net als gewone mensen. Ze hebben hun behoefte aan waardering en erkenning, zijn al dan niet ijdel en handig of onhandig in hun contacten. Wat die ijdelheid betreft valt het op dat de grootsten, dat vaak het minst zijn. Schrijvers van wat minder formaat zijn eerder op hun literaire teentjes getrapt. Zo herinner ik me een schrijver die bij een opmerking over een foutief geciteerde collega meende dat als hij het zo schreef, het ook zo was.

Optreden voor een groot publiek is voor velen echt wennen. Soms leidt dat in de zenuwachtigheid tot een ongekende spraakwaterval, grenzend aan loslippigheid en soms klappen schrijvers dicht. Een interviewer kan dan een oplossing zijn, mits hij zijn wijsheid niet belangrijker vindt dan wat de schrijver zelf te vertellen heeft. 

Had ik me maar voorbereid
Arrogantie door onwetendheid is soms – nog steeds- een probleem. Men daalt af naar onder de grote rivieren en denkt dat men in Helmond - “Waar ligt dat?”- voor een klein groepje iets over een boek komt vertellen, gewoon omdat men de informatie niet leest die hen van tevoren toegestuurd wordt. Zelfs afgelopen jaar is dit nog voorgekomen. Men bereidt zich dan onvoldoende voor, schrikt bij binnenkomst en zegt na afloop, als ik geweten had dat er ruim vijfhonderd mensen zouden zitten, dan had ik me anders voorbereid. 

Contact met het publiek
Het podium is voor schrijvers een mogelijkheid om contact te houden met hun publiek. Veel schrijvers zeggen dat ook. Het Literair Café Helmond is daarnaast ook een podium voor het ventileren -al dan niet met humor, of soms fel, sarcastisch of cynisch - van meningen over de mens, het leven en de maatschappij in het algemeen. Hoever men daarbij kan gaan, wordt door de reactie van het publiek wel duidelijk: applaus of instemmend hoofdknikken, felle vragen of rumoer, of het dodelijke stilzwijgen.

Leeservaringen uitwisselen
De behoefte aan informatie over schrijvers en hun werk blijft duidelijk aanwezig en neemt zelfs toe. Het verrijkt het lezen. Het Literair Café Helmond is een ontmoetingsplek voor het uitwisselen van leeservaringen. En er valt genoeg te lezen. De keuze van de schrijvers voor de avonden is dan ook altijd spannend. We doen er in het bestuur maanden over om een keuze te maken. Iedereen verdedigt zijn of haar inbreng en we winnen informatie in of iemand het wel redt voor een groot publiek als dat van het Literair Café Helmond.

Ruim 29 jaar voorzitter
Ik heb ruim 29 jaar als voorzitter mogen samenwerken met geweldig bevlogen mensen, en genoten van u als dankbaar en enthousiast publiek: sommigen van u zijn al 29 jaar donateur. Samen met de penningmeester Bert Hendriks neem ik nu afscheid. Ik doe dat met regels uit het gedicht “Stufen” van Hermann Hesse dat ik hier in een vertaling weergeef. Dat het grootste Literair Café van Nederland een succes mag blijven!

Martin Thijssen

Hermann Hesse (1877-1962)
Levensfasen

Zoals elke bloesem verwelkt en ook de jeugd
voor de ouderdom zwicht, bloeit elke levensfase, elke deugd 
en ook elke wijsheid slechts een beperkte tijd,
dus niet eeuwig en altijd. 
Het hart moet bij iedere roep van het leven
bereid zijn tot afscheid nemen en opnieuw beginnen,
om zich dapper en zonder smart in andere, nieuwe bindingen te begeven.
Elk nieuw begin bevat een toverkracht van binnen,
die ons beschermt en helpt voort te leven.
(…)
Slechts wie tot reizen is bereid en geen honkvastheid kent, 
kan aan verlammende gewenning ontsnappen.

Martin Michael Driessen

13 februari 2019 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen | Bekijk de foto's


De gast van de avond is Martin Michael Driessen ( 1954), acteur, regisseur, vertaler en schrijver van onder andere de met de ECI Literatuurprijs bekroonde novellebundel “Rivieren” ( 2016), de roman “De pelikaan” (2017) en de onlangs verschenen verhalenbundel “Mijn eerste moord en andere verhalen”. Alvorens Driessen het woord krijgt - en ook na de pauze - zingt John van der Sanden enkele gedichten uit de Nederlandse literatuur en kleinkunst. Ze zijn op muziek gezet door Otine van Erp die hem ook met haar accordeon begeleidt. De gedichten zijn van: Drs. P. “Mathilde”; Elsschot “Het huwelijk”; Marsman “Denkend aan Holland” en Kopland “Jonge sla”. De humorvolle introductie, de mooie vertolking en de begeleidende accordeonmuziek, worden met een warm applaus beloond. 

Geduld
Driessen houdt niet van een vooraf geheel geprogrammeerde avond over zijn werk. Dan zijn het boeiende en spontane voor hem eraf. Zijn verhaal over zijn beleving van het ambacht van schrijver wil hij daarom in wisselwerking met zijn publiek gaan vertellen. Zittend op een kruk begint Driessen, direct aanknopend bij een wandelganggesprekje dat hij eerder met een van de bezoekers had over het thema kunst en geduld. Als “iets het echt waard is, dan komt het er” zegt hij, hoe lang het ook duurt. Hij laat zich ook niet afschrikken door wat de markt vraagt. Zo heeft hij altijd al Vondels “Lucifer” willen opvoeren. Toen hij nog regisseur was in Duitsland heeft hij het werk zelfs in het Duits vertaald, maar er was geen interesse voor een opvoering. Ook hier niet. Maar het blijft in zijn hoofd en wie weet? Liefdevol citeert hij enkele verzen uit “Lucifer”. “Soms moet je inderdaad geduld hebben om iets moois tot stand te kunnen brengen.”

Afstand.
Schrijven vraagt afstand. Anders wordt het gauw te privé. Je moet niet te dicht op het onderwerp zitten. Hij noemt als voorbeelden de “Radetzkymarsch” van Josef Roth en “Oorlog en Vrede” van Tolstoj, wereldberoemde romans die pas decennia later na het historische gebeuren geschreven zijn, maar die wel overkomen alsof de schrijver een tijdgenoot was. De benodigde afstand schept Driessen voor zichzelf door zijn verhalen in een “exotische” en ook voor hem onbekende context te laten spelen. Zo bijvoorbeeld het verhaal over de vlotters in de bundel “Rivieren”. Hij heeft nooit iets met vlotters te maken gehad. Hij moest zich via zijn verbeelding inleven. En daar zit voor hem ook de artistieke uitdaging. Dat “exotische” als ambiance houdt wellicht ook verband met zijn werk als operaregisseur. Opera’s spelen altijd in een andere, inderdaad vaak exotische omgeving, bevestigt hij naar aanleiding van een vraag uit de zaal.

Verbeelding
Om te schrijven moet iets voor hem als waardevol erkend zijn. Dat hij vervolgens naar andere onbekende – “exotische” werelden – transponeert. Dat onbekende heeft hij nodig als uitdaging voor zijn verbeelding. Hij moet zijn eigen werelden kunnen bouwen. Hij doet geen research. Legt geen mappen met materiaal aan. Maakt geen story-board. Alleen feiten loopt hij via Wikipedia na of ze kloppen. Hij vergelijkt zijn werken met de bouw van een muur. De een gebruikt kant en klare stenen, of zelfs prefab-materiaal. Hij stapelt stenen zoals de Ierse boeren dat doen bij de muurtjes als afrastering voor hun grond. Hij begint met een steen en bij elke steen erna, bekijkt hij of die qua vorm en zwaarte past op de vorige. Zo bouw je handmatig langzaam iets op. Je weet alleen dat er een muur moet komen, maar hoe precies bepaalt het materiaal en het proces van het bouwen. Zo bouwt Driessen uitgaande van een waardevol idee, zijn vruchtbare verbeeldingsmomenten volgend, langzaam iets op.

Wrede schoonheid
Hij laat de omslag van zijn nieuwe bundel “Mijn eerste moord en andere verhalen”zien. Een bruine vos heeft een witte poolvos in zijn bek. Een schitterend mooi, maar tegelijkertijd gruwelijk beeld. “Schoonheid is vaak het begin van het gruwelijke”, citeert hij een Duitse schrijver. Een combinatie van schoon en gruwelijk, goed en slecht, mooi en lelijk streeft hij na. Zijn roman “De pelikaan” laat deze tweezijdigheid zien. De pelikaan is het dier van de opofferingsgezindheid, de vogel die haar jongen voedt met haar eigen bloed – althans, dat is het iconografische beeld. Maar diezelfde vogel stikt later in de door olie vervuilde haven, wanneer de oorlog uitbreekt. De ondertitel van boek is: “Een komedie”, maar het verhaal heeft ook diep tragische kanten.

Universeel
Zijn werk moet universeel zijn. Niet tijdgebonden. Hij kent maar weinig echt aan de actualiteit gebonden romans die ook hem iets zeggen. Hij zet zijn gegeven om in wat hij een “parabel” noemt, en plaats die een “exotische context” Een parabel is niet tijdgebonden is universeel. Zo is “De pelikaan” ook een parabel over de menselijke afhankelijkheid, de chanteur wordt op zijn beurt door de gechanteerde, gechanteerd. Het geld gaat van de ene beurs naar de andere en weer terug.

Het creatieve proces
Met schrijven is hij vaak de hele dag en soms ook nacht bezig, maar niet achter de schrijftafel. Pas als hij zeker weet iets te hebben dat het opschrijven waard is, gaat hij zitten. De dag brengt hij door met veel fysiek werk, maar intussen gaat het in zijn hoofd wel verder, en recentelijk worden invallen het meest concreet op de roeibank. Innerlijke beelden worden daar concreet. Schrijven noemt hij wel angstaanjagend. Hij heeft toch vaak het gevoel te kort te schieten en zijn grote angst is ook het moment van de verwoording van een schitterende inval te missen.

Schrijver en regisseur
Zou hij nog ooit nog een toneelstuk willen schrijven? Hij heeft afstand genomen van het regisseursschap. Regisseur is een stressvolle baan. Je hebt met veel mensen tegelijk te maken. Wellicht speelt zijn leeftijd een rol Hij schrijft liever in rust op zijn woonark. Hij gaat ook nauwelijks naar het theater, want dan zou hij als gewezen acteur en regisseer toch maar met een jaloerse blik kijken. Hij merkt nog op dat toneelregisseur zijn heel wat anders is dan operaregisseur. Bij de opera ben je alleen al door de partituur veel meer gebonden.

Een avond waarop Driessen, ook uitgedaagd door intrigerende vragen, veel vertelde over het ambacht van schrijver, zoals hij dat beleeft.
Martin Thijssen

Jolande Withuis

15 januari 2019 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen | Bekijk de foto's


“Zoveel bezoekers, dat hebben we nog nooit meegemaakt.” “We zullen Helmond niet vergeten.” Aan het woord zijn Jolande Withuis en haar interviewer Ad van Liempt. En dank zij hen werd het ook voor de bezoekers een onvergetelijke avond over de biografie en het schrijven ervan, waarbij het boek van Jolande Withuis (1949): “Raadselvader. Kind in de Koude Oorlog”, centraal stond. In een intermezzo na de pauze las Samirah de Loyer, leerling van het Dr.- Knippenbergcollege, enkele van haar gedichten voor. Het met een luid applaus beloonde “Betekenis” staat onder dit verslag.

Biografie
Jolande Withuis heeft grote bekendheid gekregen met haar biografieën. In 2008 verscheen de met de Libris Geschiedenis prijs bekroonde biografie over de verzetsheld Pim Boellaard: “Weest manlijk, zijt sterk.” Daarna volgde: “Juliana. Vorstin in een mannenwereld “(2016) en in 2018 kwam het boek over haar vader: “Raadselvader. Kind in de koude oorlog”.
In haar Huizinga-lezing 2018, “Leve het leven. Over de vrijheid en de biografie”, schrijft Withuis: “Individuen (laten) zich nooit helemaal ontraadselen. Een mens is meer dan een optelsom van afkomst en invloeden.” Dit is zeker van toepassing op het boek “Raadselvader. Kind in de Koude Oorlog”, dat deze avond centraal staat. Het boek gaat over Withuis’ vader, Berry Withuis, de communist, redacteur bij De Waarheid en bekend schaakjournalist. Het boek is een poging om diens leven te ontraadselen, wat maar gedeeltelijk lukt. Het is eigenlijk een “dubbelbiografie”, vertelt Withuis. Ze heeft zichzelf met haar vragen heel confronterend “als participant” in het boek ingebracht en daarmee voor haar gevoel de juiste vorm gevonden om het te schrijven. Op afstand over haar vader schrijven zou niet gelukt zijn.

Het ware geloof in een vijandige wereld
Ze is opgevoed in een gezin waarin de ideologie van het communisme met stalinistische strengheid heerste. Het woord “gezin” gold al als “burgerlijk”. Je leefde in “solidariteit” met elkaar. Intimiteiten waren “burgerlijk sentimenteel gedoe”. Ze had van kind af aan de vaste overtuiging dat zij met hun ideologie de waarheid in pacht hadden. Ze waren dan ook superieur ten opzichte van hun “domme” omgeving met zelfs mensen die bijvoorbeeld nog in God geloofden. Daarnaast werd steeds door vader benadrukt dat ze als communisten ook tegenover een vijandige wereld stonden. Het was de tijd van de Koude Oorlog. Onze minister-president De Quay zei over de communisten: “De communisten zijn de ratten, die knagen aan de dijken van ons vaderland.” Withuis vertelt dat van de weinige levenslessen die haar vader haar meegaf, de belangrijkste was: “Zorg dat je in een café altijd met je gezicht naar de ingang gaat zitten en een tweede uitgang weet. Dan zie je wie er binnenkomt, kun je altijd wegkomen en kunnen ze je niet onverhoeds in de rug schieten.”

Ze moest er ook altijd op verdacht zijn dat ze als kind uit een communistisch gezin door de BVD in de gaten werd gehouden. Ze mocht nooit ergens haar naam onder zetten. Ze mocht ook nooit vertellen wat haar vader deed en waar hij werkte. Voor haar biografie heeft Withuis dankbaar gebruik gemaakt van de dossiers van de BVD van destijds, die inderdaad heel nauwkeurig de wegen van haar vader en de verhuizingen van het gezin had gevolgd.

Heilige waarheden
Vader leefde zijn eigen politieke leven met zijn eigen politieke waarheden die zo heilig waren dat hij ooit zei, dat als hij met zijn politieke vrienden aan de macht zou komen - en dat zou gebeuren - hij dan “helaas” zijn twee “freischwebende intellectuele vrienden” als eersten tegen de muur zou zetten: “een harde plicht waar hij zich als vriend niet op verheugde”. Withuis: “Zo ging het vaak: dat je achterbleef met de prangende vraag hoeveel ernst er in een grapje school. Die vraag aan hem zelf voorleggen was er niet bij, dat zou veel te intiem zijn geweest”. Hij was goed in het vertellen van schaakverhalen, maar als ze doorvroeg over serieuze zaken zoals de partij en de oorlog met zijn verblijf in Duitsland dan sloeg hij een “ “samenzweerderige fluistertoon” aan en kreeg ze maar “brokjes” toegeworpen, waarin ze “Dichtung und Wahrheit” niet kon onderscheiden. Wat je als kind zei, gehoord had, meebracht, gezien had, wat dan ook, het werd, als er al op werd ingegaan, beoordeeld op basis van de ideologische waarheden van de Partij. Een enthousiast verhaal over een bezoek aan de West Side Story met een vriendin, werd afgedaan als “Amerikaans sentimentalisme”.


Geen kinderen
Haar vader vergat gewoon dat hij een gezin met kinderen had. Hij was met andere zaken bezig: of met de politiek of met schaken. Zo vertelt Withuis dat hij twee keer met haar als klein meisje ergens naar toe ging en haar twee keer ergens achter liet en hij thuis, nadat haar moeder hem had gevraagd waar Jolande was, moest bekennen dat hij haar vergeten was mee terug te nemen.

De ondergang en de schaakwereld als vlucht
Hoe haar vader de teloorgang van het communisme heeft ervaren en verwerkt heeft ze nooit geweten, ook nu nog niet. Heeft hij ook nooit getwijfeld? Ze heeft dit nagevraagd bij vrienden. Twijfelen binnen de partij deed je niet en kon niet, dan werd je onbetrouwbaar. De partij was keihard. Withuis is er ook achter gekomen dat hij ook wist van de verschrikkingen van het Stalin-regime. Maar over Stalin heeft hij nooit een woord gezegd. Na de definitieve ondergang van het communisme, was het leven in de schaakwereld voor hem waarschijnlijk ook een belangrijke vluchtmogelijkheid geworden. In die schaakwereld was hij volgens mensen die hem daar gekend hebben, altijd al een heel andere man dan thuis. Hij stond daar bekend als een joviale vent met wie je kon lachen en die respect verdiende. En Withuis was ook verbaasd over de tientallen condoleancebrieven bij zijn overlijden, waaruit bleek dat haar vader voor veel mensen belangrijk was geweest. Een gespleten mens.


Liefdevoller
Door haar biografie is ze wel dichter bij haar vader gekomen. Maar veel raadsels blijven. Het is ook goed dat ze eerst in tijd afstand heeft genomen voor ze aan het boek over hem begon, anders zou het te veel zelfbeklag en wrok zijn geworden. Haar vader zou als communist haar biografie verworpen hebben, antwoordt ze op een vraag uit de zaal. Communisten schrijven niet over individuele personen. Dat zou heldenverering zijn. “En Stalin dan?” luidt een vervolgvraag uit het publiek. “Dat klopt en dat rijmt dus niet met de ideologie.” Ze zegt ook dat een biografie schrijven, vereist dat ze affiniteit heeft met de hoofdpersoon. Bij haar biografie over Juliana moest ze eerst al de clichés “eraf knabbelen” voordat ze bij de Juliana kwam met wie ze iets kon hebben: De vrouw die altijd positief wilde blijven, een “tragische vrouw”, die teleurgesteld werd in haar grote liefde. Dat tragische zit eigenlijk ook bij haar vader. Hij moet ook teleurgesteld zijn geweest. Voor hem moet een hele wereld in duigen zijn gevallen met de ondergang van het communisme. Maar hij heeft het nooit gezegd en zij heeft het nooit durven vragen.

Betekenis 

Alles heeft betekenis
Maar niet aan alles hechten wij waarde
Je kunt het beschouwen als een gemis
Maar dat is gewoon onze aarde

We zien nooit het geheel
We zien nooit het hele plaatje
En als ik dat wel doe, betekent nog niet dat ik het deel
Want we zijn allemaal bang voor het verliezen van ons maatje

Bang dat we het verkeerd doen
Bang dat we te veel zien
Bang om beschouwd te worden als een oen
Omdat ik stiekem de betekenis dien

Alles heeft een achtergrond
Niets is betekenisloos
Maar we begeven ons niet op het front
Bang om te worden beschouwd als het doel, de roos

Maar als jij meer ziet dan wij
Moet je er voor uit komen
Want zij
Kunnen alleen maar dromen
Om net zo speciaal te zijn als jij

Alles heeft meer betekenis dan je denkt
Dat inzien is wat echte wijsheid schenkt

Samirah de Loyer

Een avond die meer inzicht gaf in een raadselachtig mensenleven. Met dank aan Ad van Liempt die met de juiste vragen aan Jolande Withuis de avond stuurde
Martin Thijssen

Onno Blom

23 oktober 2018 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen | Bekijk de foto's

Biografie en roman tegelijk, en een debuut
Bezeten zijn van een schrijver en over hem dan toch als proefschrift een wetenschappelijk verantwoorde biografie schrijven, kan dat? Wetenschap vereist toch distantie? Toch is dat Onno Blom (1969) gelukt met zijn in een soepele stijl en als een roman geschreven biografie over Jan Wolkers, getiteld: “Het litteken van de dood” en bekroond met de Nederlandse Biografieprijs 2018.

Onno Blom is een briljant spreker die dan ook een ademloos luisterende zaal voor zich heeft, die telkens weer in een lachen uitbarst wanneer hij uitspraken van Wolkers aanhaalt en daarbij diens lijzige stemgeluid perfect imiteert.
Maar het is niet alleen de avond van Onno Blom. Na de pauze is er een intermezzo waarin de 18-jarige Pauline Ackermans twee mooie hoofdstukjes voorleest uit haar filosofisch getinte boek dat ze aan het schrijven is en vervolgens afsluit met een hilarische column over het opnemen van een bestelling op een terras. Het Literair Café wil zo jeugdigen een podium bieden. Deze eerste keer was in ieder geval was heel geslaagd.

Onno Blom: een opdracht, zo maar ineens
“Van kind af aan is Onno Blom een “lettervreter” geweest. Zijn vader heeft hem in de “echte literatuur” ingewijd door na zijn jeugdboekentijd, thuis heel plechtig een afgesloten kastje te openen met boeken die zijn vader “de literatuur” noemde en waarin hij ook de opvallend gekleurde banden van Jan Wolkers (1925-2007) ontdekte. Wanneer Blom, later na een voorgenomen vertrek bij de uitgeverij “ De bezige bij”, Jan Wolkers in Texel opzoekt om hem op de hoogte te stellen van zijn vertrek als redacteur daar, vraagt Wolkers wat hij nu wil gaan doen. Hij vertelt dat hij graag als proefschrift een biografie over een beroemd Nederlands kunstenaar zou willen schrijven. “Gewoon om de eer van de doctorstitel”, aansluitend bij “het Bildungsideaal” van het intellectuele hoogleraarsgezin waaruit Blom komt. Wolkers merkt op dat er maar weinige beroemde kunstenaars in ons landje zijn, en stelt voor dat Onno Blom de biografie over de kunstenaar Jan Wolkers gaat schrijven. Blom accepteert verrast. Daarna zal Wolkers hem bijna dagelijks opbellen met de vraag of de biografie al klaar was. Direct de volgende dag al.

Schaamte: “de zigeuners van Oegstgeest”
Jan Wolkers is afkomstig uit een arm, streng gereformeerd gezin met elf kinderen, dat straatarm werd nadat de kruidenierswinkel failliet was en Jan zelfs met een mand op de fiets in Oegstgeest rond ging om te kijken of er nog ergens iets te eten te halen was, bijvoorbeeld een pannetje soep. Een gezin dat vergeleken werd met een “konijnenfokkerij” en dat in twee partijen ter kerke ging zodat de ene partij de nette schoenen van de andere kon overnemen. Jan heeft zich zijn hele leven voor zijn achtergrond geschaamd, aldus Blom. Zij waren “de zigeuners” van Oegstgeest.

Achtervolgd door de dood
Jans leven werd ook getekend door een litteken boven zijn linkeroog, dat Jan op zelfportretten ook altijd met een donkere arcering of een haarlok wegwerkte. Dat litteken is ontstaan door een ondeugdelijk kroepketeltje dat al een keer gesoldeerd was en waarin men water kookte en de stoom die daaruit kwam blies dan door een lange tuit tussen de gordijntjes door de wieg in, en kon zo het bij Jan vastzittende slijm losmaken. Op zekere dag is de tuit verstopt geraakt en zijn gesmolten lood en kokend water tegen zijn voorhoofd gespoten. Jan heeft het litteken altijd als een Kaïnsteken ervaren, waarvan de drager een onheilbrenger is, een brenger van de dood. De dood achtervolgt hem. Zo komt hij nooit over de dood van zijn oudere broer Gerrit heen, die aan difterie zal sterven. Kort ervoor had hij ruzie met hem gemaakt en al diens foto’s verbrand. Hij zal na een laatste bezoek aan zijn broer een tekening maken waarop hij de zon stil laat staan, om zo de tijd en de dood op te houden. Later zal zijn twee jarige dochtertje Eva overlijden aan de brandwonden van kokend water dat door onoplettendheid als gevolg van een echtelijke ruzie in het badje was blijven lopen.


Leven en schrijven gaan samen
Als schrijver heeft Wolkers van begin af aan “een brandende ambitie” aan de dag gelegd, aldus Blom. Vanaf het eind van de jaren vijftig bestookte hij redacties van literaire tijdschriften met verhalen. Blom laat in zijn biografie zien dat alles wat Jan beleeft tot in de intiemste en meest schokkende details terugkeert in zijn boeken. “Leven en schrijven gaan bij hem samen.” Zo komt bijvoorbeeld het litteken in zijn roman “Kort Amerikaans” terug. En het dochtertje Eva in een “Roos van vlees”. Jan verzamelde alles heel bewust met het oog op het latere gebruik in boeken. Hij hield van alles nauwkeurig aantekening of liet dat doen. Hij ging zover om geliefden, ook exen, achteraf te vragen hoe zij hun vrijpartijen met hem hadden ervaren en nam deze gesprekken zelfs zonder dat ze het wisten op via een onder de tafel verstopte recorder en gebruikte de opnamen vervolgens voor zijn boeken. Blom komt als biograaf twee tuinkamers met materiaal tegen. Hij mag allesgebruiken en doet dat ook. Op een vraag uit de zaal, verwijzend naar enkele in de biografie wel heel gedetailleerd beschreven intieme vrijpartijen van nog levende personen, zegt Blom dat hij inderdaad alles onverbloemd heeft gebruikt, met naam en toenaam, maar wel na respectvol overleg met de betreffende personen en pas na hun toestemming.

Jan Wolkers en zijn critici
Het verschijnen van de boeken van Wolkers zorgde altijd voor de nodige heisa. Er waren altijd felle voor- en tegenstanders. En wie dat waren kon wisselen naar gelang het boek. Maar ook bleek dat jalousie van collega’s een grote rol speelde. Blom geeft in zijn boek de kritieken op Jans boeken uitvoerig weer. Op de vraag waarom hij zelf geen stelling nam als biograaf, geeft hij aan dat hij dat aan de lezer overlaat en het als biograaf niet zijn taak is om als literair-criticus te fungeren en dat Wolkers zelf met zijn scherpe weerwoorden de lezer stof genoeg geeft om tot eigen oordeel te komen. Een voorbeeld is Maarten ’t Hart die na een slechte kritiek door Wolkers (“de adelaar”) met veel barok woordgeweld als een bang “hoentje” terug het kippenhok in wordt gejaagd. Wolkers was niet de man, die, zoals veel schrijvers, braaf de raad van hun uitgever opvolgen, om stil te zitten als ze geschoren werden.

Graag contact
Wolkers was iemand die graag contact maakte. Hij had mensen nodig en genoot van hen. Hij was niet de schrijver die uitsluitend de mens wilde zien die hij ’s ochtend in de spiegel zag, aldus Blom. Hij trok ook gemakkelijk mensen aan, vooral vrouwen, en die had hij gezien zijn seksdrift ook nodig. Zo had hij tot op hoge leeftijd nog een relatie met een meisje van zeventien, en wel met haar geboekstaafde goedvinden.

Een schitterende avond met een briljant verteller die nieuwe aspecten wist te belichten van het werk en de persoon Jan Wolkers.


Martin Thijssen

Carolijn Visser

23 oktober 2018 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen | Bekijk de foto's

Carolijn Visser is schrijfster van een indrukwekkend oeuvre aan reisverhalen. Voor haar boek “Selma”, ontving ze in 2017 de Libris Geschiedenisprijs. Het boek beschrijft het dagelijkse leven van Selma, een Nederlandse vrouw in China, die als Joodse door onderduiking aan Hitler is ontkomen, maar die met haar Chinese man en haar twee kinderen nu de gevangene wordt van de Chinese Culturele Revolutie van Mao. Een gezin dat totaal geïsoleerd komt te staan, uiteen wordt gescheurd, verspreid wordt, uitgehongerd en gemarteld. Een boek dat ook laat zien hoe verblind destijds de vooral linkse Nederlandse China-bezoekers waren.

De trek naar het Oosten
Carolijn Visser vertelt dat ze zich door haar vader- een bevlogen geschiedenisleraar - met zijn eettafelverhalen over “het oosten” en wellicht ook door de marxistisch gekleurde tijdsgeest altijd al tot de landen achter het IJzeren Gordijn en ook tot China aangetrokken had gevoeld. Al als middelbare scholier bezoekt ze Poolse jeugdkampen en maakt kennis met het communisme. In 1981 gaat ze als 25 jarige voor het eerst alleen naar China, en is dan op elk moment van de dag een omstuwde bezienswaardigheid die zelfs het verkeer ontwricht. Zonder kennis van de taal en het schrift, zonder reisgids, want die was er nog niet, zoekt ze haar weg, telkens aangewezen op een sporadische buitenlander die wel weer de weg kan uittekenen en opschrijven naar een ander reisdoel of naar de speciale overnachtingsplek voor buitenlanders, waar ze dan altijd wel zal horen dat het vol is, maar waar ze toch maar moet blijven aandringen op een kamer, die ze dan uiteindelijk wel zal krijgen, waarna ze de enige gast in het hele hotel blijkt te zijn.


Een bijzondere ontmoeting
Tijdens een lezing in Delft in 1983 ontmoet ze Greta en Dop, de kinderen van de inmiddels tragisch in China om het leven gekomen Selma en haar echtgenoot Chang. Ze had nog nooit gehoord dat er tijdens de Culturele Revolutie ook een Nederlandse vrouw in China was. Ze raakt geboeid. De beiden vertellen over hun jeugd daar. Carolijn Visser zal met de zoon Dop later al deze jeugd-plekken bezoeken en laat de beelden ervan deze avond ook zien. Het contact met Dop en Greta blijft, maar het boek “Selma” ontstaat pas wanneer ze in 2007 van de kinderen hoort dat Selma destijds brieven heeft geschreven aan haar vader in Nederland en dat ze die mag hebben om te kijken wat ze ermee kan doen. “Wel vijftig keer heb ik deze brieven, die getypt waren op een oude Remmington-machine, gelezen, en vooral tussen de regels door gelezen, want de censuur bekeek de brieven.” Er stond dan ook niets in over het werk van haar man Chang, een hoog lid van de partij, en een briljant en befaamde psycholoog, die later doodgemarteld is, en ook niets over wat Selma, lerares aan een taleninstituut, echt beleefde en wat haar uiteindelijk te veel werd, en haar tot een “droevig einde” deed besluiten. Het waren politiek neutrale , onschuldige brieven over vooral het dagelijkse, huiselijke leven.

Het boek “Selma”
Carolijn Visser is in het leven van Selma gedoken, en heeft via interviews met de kinderen en familieleden en met vrienden en bekenden in binnen- en buitenland, en door de China-reis met de zoon Dop, de leemtes opgevuld en alles tot een boeiend en ook bij tijden aangrijpend verhaal gemaakt als eerbetoon aan Selma. Het boek begint “thrillerachtig”, daar waar Selma, na een verblijf van enkele maanden in Nederland, weer naar China terugkeert en dan merkt dat er inderdaad, zoals ze in Nederland al gehoord had, echt iets aan de hand is. Haar man en dochter komen haar op het vliegveld niet afhalen, Vreemd. Overal rijden jongens en meisjes met rode vlaggen rond en ziet ze posters met kreten als: “De grote sprong voorwaarts”, “laat honderd bloemen bloeien”, “Ruim alle monsters en gekken op”, “lang leve de proletarische Culturele Revolutie”. Selma moet, aldus de schrijfster, “het gevoel hebben gehad in een fuik te rijden.” En dat was ook zo. Carolijn Visser beaamt naar aanleiding van vragen uit de zaal dat de toestand in China ook nu nog verre van “vrij” is en dat op dit moment economische overwegingen - producten goedkoper kunnen maken om ze te kunnen verkopen - wellicht toch de doorslag geven voor de gretig aangegane handelsbetrekkingen, maar dat het “systeem” tegenstanders nog steeds hardhandig aanpakt en onder andere duizenden mensen in kampen laat opsluiten.


De primeur van een nieuw boek.
Nu heeft Carolijn Visser een binnenkort te verschijnen boek over Zeeland klaar: “Zeeuws geluk”. Iets heel anders. Ze had gemerkt dat ze na jaren weg te zijn geweest, haar eigen geschiedenis, vooral ook de oorlog, te weinig kende . Ze is “embedded” gaan werken in Zeeuwse verzorgingsinstellingen en heeft met de inwoners gesproken en zo haar kennishiaten met hun verhalen opgevuld. Ze zwerft nog over de wereld, maar kiest er gezien haar leeftijd voor om langere tijd ergens te blijven en dan iets te schrijven.

Een mooie avond over het ontstaan van een boek dat een eerbetoon is aan het leven van een vrouw die zwijgzaam veel moet hebben geleden en uiteindelijk ook bezweken is onder het martelende geweld van de ideologie van de Chinese Culturele Revolutie Een boek dat, wellicht ook waarschuwend, een stuk geschiedenis echt tot leven brengt.


Martin Thijssen

Murat Isik

19 september | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen | Bekijk de foto's

Een volle zaal met bijna zeshonderd bezoekers luistert naar de rasverteller Murat Isik die met zijn roman “Wees onzichtbaar” de Libris - literatuurprijs 2018 heeft gewonnen.Theo Hakkert - die hem interviewt - stelt als eerste vraag of Isik zich herkent in de hoofdpersoon, de Turkse Metin, wanneer die als vijfjarige beschrijft hoe hij met zij twee ooms, zijn zusje en moeder in een Mercedes vol verstikkende sigarettenrook en bange verwachting vanuit een zwerfbestaan in Duitsland over de Autobahn naar de nieuwe, hopelijk vaste woonplek in de Bijlmer rijdt en daar bij aankomst de opmerkingen van de volwassenen registreert, die je als lezer het ergste doen vermoeden. Zoals, wanneer een oom wijzend naar een plas op de liftvloer opmerkt: ”Ik hoop dat het water is en geen pis.” Isik antwoordt bevestigend, maar hij voegt er wel direct aan toe dat de Bijlmer ook een andere kant heeft gekend. Het Bijlmer-plan was destijds een zeer idealistisch plan. Op het tekenbord van de ontwerper Siegfried Nassuth moest het een prachtwijk worden met veel groen, speelgelegenheid en gezelligheid, maar bezuinigingen hebben juist het aspect leefbaarheid aangetast, de verloedering trad in en liet men - volgens sommigen - ook bewust intreden, om te kunnen slopen. Zeker na de Bijlmerramp in1992, nadat een Boeing 747 zich in een flat in Kruitberg had geboord. De verloedering van een wijk is een van de universele thema’s van het boek.

Werkelijkheid en fictie
Het boek is fictie benadrukt Isik. Het personage Metin is niet identiek met Murat Isik, hoewel er overeenkomsten zijn. In het boek is bijna alles uitvergroot en het overgrote deel van wat gezegd wordt en gebeurt is in werkelijkheid zo nooit gezegd of gebeurd. Isik zegt volop gebruik gemaakt te hebben van zijn vrijheid als schrijver. Het boek was voor hem een manier om schrijvend aan de schaamte voorbij te komen: de schaamte over de armoede, het milieu, zijn vernederend gepest worden: “de schoonmaker” werd hij op school genoemd. “Wees onzichtbaar” - de titel van het boek- was de algemene gedragsregel geworden, nadat moeder hem en zijn zus de wacht had aangezegd, nadat hij de gordijnen in de fik had gestoken en huisuitzetting dreigde: “Wees stil, zorg ervoor dat ze geen last van jullie hebben. Anders moeten we op straat leven.” Je moest je gedeisd houden, niet opvallen. De vriend Kaya uit het boek heeft Isik nooit gehad, een fictionele wensvriend dus. De junks in het boek had hij destijds nooit zo durven aanspreken. En zijn vader? Zijn vader was inderdaad een liefdeloze, egoïstische bruut, die te veel dronk en zijn moeder kleineerde (“vogelbrein”), maar hij had ook zijn charmante kanten, vooral buitenshuis. Maar ook bij de vaderfiguur in het boek zijn zaken uitvergroot en wijken af van de werkelijkheid. Hij heeft het boek nooit als ook een wraakneming op zijn vader willen schrijven. Zijn vader heeft zich wel echt zorgen gemaakt over hoe de vaderfiguur er in het boek zou uitzien en hem via een regelrechte e-mail campagne proberen te beïnvloeden. Zijn vader is voor het verschijnen van het boek gestorven. Maar toch, hoewel de schrijver en het hoofdpersonage niet identiek zijn, wanneer interviewer Theo Hakkert passages uit het boek aanhaalt, wordt door Isik opvallend vaak een link gelegd met zijn biografische werkelijkheid.

Moeder, in besprekingen onterecht vergeten
Eigenlijk is het boek ook een groot eerbetoon aan zijn moeder, zegt Isik. De moeder als personage blijft in besprekingen vaak onderbelicht. Het gaat vooral over de hoofdpersoon Metin en zijn ontwikkeling en over diens vader, en natuurlijk ook over de Bijlmer. De moeder is volgens Isik de sterke vrouw die zich vanonder het juk van de onderdrukkende Turkse cultuur uitvecht en de vader gaat overstijgen. Dat deed ze ook in werkelijkheid. In het boekenweek-essay 2019 met als thema “De moeder de vrouw “, naar het beroemde gedicht van Martinus Nijhoff, zal hij - en dat verklapt hij al vast - over zijn moeder schrijven. Hij heeft er ook geen moment over gedacht om de eervolle essay-schrijfopdracht terug te geven, nadat er van alle kanten geroepen was dat een vrouw dit essay zou moeten schrijven.

De verteller en schrijver Isik
Het vertellen zat van vaders kant in het bloed .Grootvader was een verhalenverteller. Ook zijn vader kon goed vertellen. Ook Isik wil een verteller zijn. Hij wil met zijn gedetailleerde, concrete stijl op filmische wijze zijn lezers pakken en ze in zijn verhaal trekken en vasthouden . Zijn boek was oorspronkelijk twee keer zo dik. Maar hij is gaan hakken. Hij wist dat het goed zou zijn, nadat hij naar herhaaldelijk doorlezen telkens nog geboeid bleef en zelfs de ontroering bij bepaalde passages er telkens weer was. Full-time schrijver worden is altijd zijn diepste wens geweest, ondanks zijn studie rechten. Een week voor het verschijnen van zijn boek zei hij zijn baan als jurist op. De Libris-prijs had hij niet verwacht. Moeder en zus waren trots. In zijn volgende boek zullen San Francisco en 9/11 een belangrijke rol spelen, maar dat verschijnt pas over waarschijnlijk twee jaar.

Wanneer slaagt een immigrant?
Naar aanleiding van een vraag uit het publiek merkt Isik op dat wat meer aandacht en begeleiding voor immigranten belangrijk zijn. Een duwtje kan helpen. Hij heeft moeten ervaren dat hij te laag werd ingeschat, dat is jammer. Het is fnuikend voor je zelfvertrouwen: “De beste zijn in de Nederlandse taal op de ene school en een vijf en bijles krijgen op een de andere.” Ook de advisering is vaak te laag.

Een intrigerende avond met rasverteller Murat Isik over schrijverschap en over biografische en fiktionele werkelijkheid, uitstekend geleid door Theo Hakkert

Martin Thijssen


Lid worden?

Vanaf €70.- bent u donateur van het Literair Café Helmond. U heeft gratis toegang tot onze 6 literaire avonden en mag bovendien gratis 1 introducé meenemen. Zo bespaart u 50% ! Ook ontvangt u voor elke avond informatie over de schrijver (per email en eventueel per post).

Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden via het secretariaat:

Wethouder van Wellaan 142
5703 CN Helmond
Tel. 0492 532496

Losse kaartjes kosten € 10,00 (tot 18 jaar € 5,00)
Kaarten zijn alleen aan de zaal verkrijgbaar.
Reservering van plaatsen is niet mogelijk.