Onno Blom

23 oktober 2018 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen | Bekijk de foto's

Biografie en roman tegelijk, en een debuut
Bezeten zijn van een schrijver en over hem dan toch als proefschrift een wetenschappelijk verantwoorde biografie schrijven, kan dat? Wetenschap vereist toch distantie? Toch is dat Onno Blom (1969) gelukt met zijn in een soepele stijl en als een roman geschreven biografie over Jan Wolkers, getiteld: “Het litteken van de dood” en bekroond met de Nederlandse Biografieprijs 2018.

Onno Blom is een briljant spreker die dan ook een ademloos luisterende zaal voor zich heeft, die telkens weer in een lachen uitbarst wanneer hij uitspraken van Wolkers aanhaalt en daarbij diens lijzige stemgeluid perfect imiteert.
Maar het is niet alleen de avond van Onno Blom. Na de pauze is er een intermezzo waarin de 18-jarige Pauline Ackermans twee mooie hoofdstukjes voorleest uit haar filosofisch getinte boek dat ze aan het schrijven is en vervolgens afsluit met een hilarische column over het opnemen van een bestelling op een terras. Het Literair Café wil zo jeugdigen een podium bieden. Deze eerste keer was in ieder geval was heel geslaagd.

Onno Blom: een opdracht, zo maar ineens
“Van kind af aan is Onno Blom een “lettervreter” geweest. Zijn vader heeft hem in de “echte literatuur” ingewijd door na zijn jeugdboekentijd, thuis heel plechtig een afgesloten kastje te openen met boeken die zijn vader “de literatuur” noemde en waarin hij ook de opvallend gekleurde banden van Jan Wolkers (1925-2007) ontdekte. Wanneer Blom, later na een voorgenomen vertrek bij de uitgeverij “ De bezige bij”, Jan Wolkers in Texel opzoekt om hem op de hoogte te stellen van zijn vertrek als redacteur daar, vraagt Wolkers wat hij nu wil gaan doen. Hij vertelt dat hij graag als proefschrift een biografie over een beroemd Nederlands kunstenaar zou willen schrijven. “Gewoon om de eer van de doctorstitel”, aansluitend bij “het Bildungsideaal” van het intellectuele hoogleraarsgezin waaruit Blom komt. Wolkers merkt op dat er maar weinige beroemde kunstenaars in ons landje zijn, en stelt voor dat Onno Blom de biografie over de kunstenaar Jan Wolkers gaat schrijven. Blom accepteert verrast. Daarna zal Wolkers hem bijna dagelijks opbellen met de vraag of de biografie al klaar was. Direct de volgende dag al.

Schaamte: “de zigeuners van Oegstgeest”
Jan Wolkers is afkomstig uit een arm, streng gereformeerd gezin met elf kinderen, dat straatarm werd nadat de kruidenierswinkel failliet was en Jan zelfs met een mand op de fiets in Oegstgeest rond ging om te kijken of er nog ergens iets te eten te halen was, bijvoorbeeld een pannetje soep. Een gezin dat vergeleken werd met een “konijnenfokkerij” en dat in twee partijen ter kerke ging zodat de ene partij de nette schoenen van de andere kon overnemen. Jan heeft zich zijn hele leven voor zijn achtergrond geschaamd, aldus Blom. Zij waren “de zigeuners” van Oegstgeest.

Achtervolgd door de dood
Jans leven werd ook getekend door een litteken boven zijn linkeroog, dat Jan op zelfportretten ook altijd met een donkere arcering of een haarlok wegwerkte. Dat litteken is ontstaan door een ondeugdelijk kroepketeltje dat al een keer gesoldeerd was en waarin men water kookte en de stoom die daaruit kwam blies dan door een lange tuit tussen de gordijntjes door de wieg in, en kon zo het bij Jan vastzittende slijm losmaken. Op zekere dag is de tuit verstopt geraakt en zijn gesmolten lood en kokend water tegen zijn voorhoofd gespoten. Jan heeft het litteken altijd als een Kaïnsteken ervaren, waarvan de drager een onheilbrenger is, een brenger van de dood. De dood achtervolgt hem. Zo komt hij nooit over de dood van zijn oudere broer Gerrit heen, die aan difterie zal sterven. Kort ervoor had hij ruzie met hem gemaakt en al diens foto’s verbrand. Hij zal na een laatste bezoek aan zijn broer een tekening maken waarop hij de zon stil laat staan, om zo de tijd en de dood op te houden. Later zal zijn twee jarige dochtertje Eva overlijden aan de brandwonden van kokend water dat door onoplettendheid als gevolg van een echtelijke ruzie in het badje was blijven lopen.


Leven en schrijven gaan samen
Als schrijver heeft Wolkers van begin af aan “een brandende ambitie” aan de dag gelegd, aldus Blom. Vanaf het eind van de jaren vijftig bestookte hij redacties van literaire tijdschriften met verhalen. Blom laat in zijn biografie zien dat alles wat Jan beleeft tot in de intiemste en meest schokkende details terugkeert in zijn boeken. “Leven en schrijven gaan bij hem samen.” Zo komt bijvoorbeeld het litteken in zijn roman “Kort Amerikaans” terug. En het dochtertje Eva in een “Roos van vlees”. Jan verzamelde alles heel bewust met het oog op het latere gebruik in boeken. Hij hield van alles nauwkeurig aantekening of liet dat doen. Hij ging zover om geliefden, ook exen, achteraf te vragen hoe zij hun vrijpartijen met hem hadden ervaren en nam deze gesprekken zelfs zonder dat ze het wisten op via een onder de tafel verstopte recorder en gebruikte de opnamen vervolgens voor zijn boeken. Blom komt als biograaf twee tuinkamers met materiaal tegen. Hij mag allesgebruiken en doet dat ook. Op een vraag uit de zaal, verwijzend naar enkele in de biografie wel heel gedetailleerd beschreven intieme vrijpartijen van nog levende personen, zegt Blom dat hij inderdaad alles onverbloemd heeft gebruikt, met naam en toenaam, maar wel na respectvol overleg met de betreffende personen en pas na hun toestemming.

Jan Wolkers en zijn critici
Het verschijnen van de boeken van Wolkers zorgde altijd voor de nodige heisa. Er waren altijd felle voor- en tegenstanders. En wie dat waren kon wisselen naar gelang het boek. Maar ook bleek dat jalousie van collega’s een grote rol speelde. Blom geeft in zijn boek de kritieken op Jans boeken uitvoerig weer. Op de vraag waarom hij zelf geen stelling nam als biograaf, geeft hij aan dat hij dat aan de lezer overlaat en het als biograaf niet zijn taak is om als literair-criticus te fungeren en dat Wolkers zelf met zijn scherpe weerwoorden de lezer stof genoeg geeft om tot eigen oordeel te komen. Een voorbeeld is Maarten ’t Hart die na een slechte kritiek door Wolkers (“de adelaar”) met veel barok woordgeweld als een bang “hoentje” terug het kippenhok in wordt gejaagd. Wolkers was niet de man, die, zoals veel schrijvers, braaf de raad van hun uitgever opvolgen, om stil te zitten als ze geschoren werden.

Graag contact
Wolkers was iemand die graag contact maakte. Hij had mensen nodig en genoot van hen. Hij was niet de schrijver die uitsluitend de mens wilde zien die hij ’s ochtend in de spiegel zag, aldus Blom. Hij trok ook gemakkelijk mensen aan, vooral vrouwen, en die had hij gezien zijn seksdrift ook nodig. Zo had hij tot op hoge leeftijd nog een relatie met een meisje van zeventien, en wel met haar geboekstaafde goedvinden.

Een schitterende avond met een briljant verteller die nieuwe aspecten wist te belichten van het werk en de persoon Jan Wolkers.


Martin Thijssen

Carolijn Visser

23 oktober 2018 | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen | Bekijk de foto's

Carolijn Visser is schrijfster van een indrukwekkend oeuvre aan reisverhalen. Voor haar boek “Selma”, ontving ze in 2017 de Libris Geschiedenisprijs. Het boek beschrijft het dagelijkse leven van Selma, een Nederlandse vrouw in China, die als Joodse door onderduiking aan Hitler is ontkomen, maar die met haar Chinese man en haar twee kinderen nu de gevangene wordt van de Chinese Culturele Revolutie van Mao. Een gezin dat totaal geïsoleerd komt te staan, uiteen wordt gescheurd, verspreid wordt, uitgehongerd en gemarteld. Een boek dat ook laat zien hoe verblind destijds de vooral linkse Nederlandse China-bezoekers waren.

De trek naar het Oosten
Carolijn Visser vertelt dat ze zich door haar vader- een bevlogen geschiedenisleraar - met zijn eettafelverhalen over “het oosten” en wellicht ook door de marxistisch gekleurde tijdsgeest altijd al tot de landen achter het IJzeren Gordijn en ook tot China aangetrokken had gevoeld. Al als middelbare scholier bezoekt ze Poolse jeugdkampen en maakt kennis met het communisme. In 1981 gaat ze als 25 jarige voor het eerst alleen naar China, en is dan op elk moment van de dag een omstuwde bezienswaardigheid die zelfs het verkeer ontwricht. Zonder kennis van de taal en het schrift, zonder reisgids, want die was er nog niet, zoekt ze haar weg, telkens aangewezen op een sporadische buitenlander die wel weer de weg kan uittekenen en opschrijven naar een ander reisdoel of naar de speciale overnachtingsplek voor buitenlanders, waar ze dan altijd wel zal horen dat het vol is, maar waar ze toch maar moet blijven aandringen op een kamer, die ze dan uiteindelijk wel zal krijgen, waarna ze de enige gast in het hele hotel blijkt te zijn.


Een bijzondere ontmoeting
Tijdens een lezing in Delft in 1983 ontmoet ze Greta en Dop, de kinderen van de inmiddels tragisch in China om het leven gekomen Selma en haar echtgenoot Chang. Ze had nog nooit gehoord dat er tijdens de Culturele Revolutie ook een Nederlandse vrouw in China was. Ze raakt geboeid. De beiden vertellen over hun jeugd daar. Carolijn Visser zal met de zoon Dop later al deze jeugd-plekken bezoeken en laat de beelden ervan deze avond ook zien. Het contact met Dop en Greta blijft, maar het boek “Selma” ontstaat pas wanneer ze in 2007 van de kinderen hoort dat Selma destijds brieven heeft geschreven aan haar vader in Nederland en dat ze die mag hebben om te kijken wat ze ermee kan doen. “Wel vijftig keer heb ik deze brieven, die getypt waren op een oude Remmington-machine, gelezen, en vooral tussen de regels door gelezen, want de censuur bekeek de brieven.” Er stond dan ook niets in over het werk van haar man Chang, een hoog lid van de partij, en een briljant en befaamde psycholoog, die later doodgemarteld is, en ook niets over wat Selma, lerares aan een taleninstituut, echt beleefde en wat haar uiteindelijk te veel werd, en haar tot een “droevig einde” deed besluiten. Het waren politiek neutrale , onschuldige brieven over vooral het dagelijkse, huiselijke leven.

Het boek “Selma”
Carolijn Visser is in het leven van Selma gedoken, en heeft via interviews met de kinderen en familieleden en met vrienden en bekenden in binnen- en buitenland, en door de China-reis met de zoon Dop, de leemtes opgevuld en alles tot een boeiend en ook bij tijden aangrijpend verhaal gemaakt als eerbetoon aan Selma. Het boek begint “thrillerachtig”, daar waar Selma, na een verblijf van enkele maanden in Nederland, weer naar China terugkeert en dan merkt dat er inderdaad, zoals ze in Nederland al gehoord had, echt iets aan de hand is. Haar man en dochter komen haar op het vliegveld niet afhalen, Vreemd. Overal rijden jongens en meisjes met rode vlaggen rond en ziet ze posters met kreten als: “De grote sprong voorwaarts”, “laat honderd bloemen bloeien”, “Ruim alle monsters en gekken op”, “lang leve de proletarische Culturele Revolutie”. Selma moet, aldus de schrijfster, “het gevoel hebben gehad in een fuik te rijden.” En dat was ook zo. Carolijn Visser beaamt naar aanleiding van vragen uit de zaal dat de toestand in China ook nu nog verre van “vrij” is en dat op dit moment economische overwegingen - producten goedkoper kunnen maken om ze te kunnen verkopen - wellicht toch de doorslag geven voor de gretig aangegane handelsbetrekkingen, maar dat het “systeem” tegenstanders nog steeds hardhandig aanpakt en onder andere duizenden mensen in kampen laat opsluiten.


De primeur van een nieuw boek.
Nu heeft Carolijn Visser een binnenkort te verschijnen boek over Zeeland klaar: “Zeeuws geluk”. Iets heel anders. Ze had gemerkt dat ze na jaren weg te zijn geweest, haar eigen geschiedenis, vooral ook de oorlog, te weinig kende . Ze is “embedded” gaan werken in Zeeuwse verzorgingsinstellingen en heeft met de inwoners gesproken en zo haar kennishiaten met hun verhalen opgevuld. Ze zwerft nog over de wereld, maar kiest er gezien haar leeftijd voor om langere tijd ergens te blijven en dan iets te schrijven.

Een mooie avond over het ontstaan van een boek dat een eerbetoon is aan het leven van een vrouw die zwijgzaam veel moet hebben geleden en uiteindelijk ook bezweken is onder het martelende geweld van de ideologie van de Chinese Culturele Revolutie Een boek dat, wellicht ook waarschuwend, een stuk geschiedenis echt tot leven brengt.


Martin Thijssen

Murat Isik

19 september | Literair Café Helmond
Door Martin Thijssen | Bekijk de foto's

Een volle zaal met bijna zeshonderd bezoekers luistert naar de rasverteller Murat Isik die met zijn roman “Wees onzichtbaar” de Libris - literatuurprijs 2018 heeft gewonnen.Theo Hakkert - die hem interviewt - stelt als eerste vraag of Isik zich herkent in de hoofdpersoon, de Turkse Metin, wanneer die als vijfjarige beschrijft hoe hij met zij twee ooms, zijn zusje en moeder in een Mercedes vol verstikkende sigarettenrook en bange verwachting vanuit een zwerfbestaan in Duitsland over de Autobahn naar de nieuwe, hopelijk vaste woonplek in de Bijlmer rijdt en daar bij aankomst de opmerkingen van de volwassenen registreert, die je als lezer het ergste doen vermoeden. Zoals, wanneer een oom wijzend naar een plas op de liftvloer opmerkt: ”Ik hoop dat het water is en geen pis.” Isik antwoordt bevestigend, maar hij voegt er wel direct aan toe dat de Bijlmer ook een andere kant heeft gekend. Het Bijlmer-plan was destijds een zeer idealistisch plan. Op het tekenbord van de ontwerper Siegfried Nassuth moest het een prachtwijk worden met veel groen, speelgelegenheid en gezelligheid, maar bezuinigingen hebben juist het aspect leefbaarheid aangetast, de verloedering trad in en liet men - volgens sommigen - ook bewust intreden, om te kunnen slopen. Zeker na de Bijlmerramp in1992, nadat een Boeing 747 zich in een flat in Kruitberg had geboord. De verloedering van een wijk is een van de universele thema’s van het boek.

Werkelijkheid en fictie
Het boek is fictie benadrukt Isik. Het personage Metin is niet identiek met Murat Isik, hoewel er overeenkomsten zijn. In het boek is bijna alles uitvergroot en het overgrote deel van wat gezegd wordt en gebeurt is in werkelijkheid zo nooit gezegd of gebeurd. Isik zegt volop gebruik gemaakt te hebben van zijn vrijheid als schrijver. Het boek was voor hem een manier om schrijvend aan de schaamte voorbij te komen: de schaamte over de armoede, het milieu, zijn vernederend gepest worden: “de schoonmaker” werd hij op school genoemd. “Wees onzichtbaar” - de titel van het boek- was de algemene gedragsregel geworden, nadat moeder hem en zijn zus de wacht had aangezegd, nadat hij de gordijnen in de fik had gestoken en huisuitzetting dreigde: “Wees stil, zorg ervoor dat ze geen last van jullie hebben. Anders moeten we op straat leven.” Je moest je gedeisd houden, niet opvallen. De vriend Kaya uit het boek heeft Isik nooit gehad, een fictionele wensvriend dus. De junks in het boek had hij destijds nooit zo durven aanspreken. En zijn vader? Zijn vader was inderdaad een liefdeloze, egoïstische bruut, die te veel dronk en zijn moeder kleineerde (“vogelbrein”), maar hij had ook zijn charmante kanten, vooral buitenshuis. Maar ook bij de vaderfiguur in het boek zijn zaken uitvergroot en wijken af van de werkelijkheid. Hij heeft het boek nooit als ook een wraakneming op zijn vader willen schrijven. Zijn vader heeft zich wel echt zorgen gemaakt over hoe de vaderfiguur er in het boek zou uitzien en hem via een regelrechte e-mail campagne proberen te beïnvloeden. Zijn vader is voor het verschijnen van het boek gestorven. Maar toch, hoewel de schrijver en het hoofdpersonage niet identiek zijn, wanneer interviewer Theo Hakkert passages uit het boek aanhaalt, wordt door Isik opvallend vaak een link gelegd met zijn biografische werkelijkheid.

Moeder, in besprekingen onterecht vergeten
Eigenlijk is het boek ook een groot eerbetoon aan zijn moeder, zegt Isik. De moeder als personage blijft in besprekingen vaak onderbelicht. Het gaat vooral over de hoofdpersoon Metin en zijn ontwikkeling en over diens vader, en natuurlijk ook over de Bijlmer. De moeder is volgens Isik de sterke vrouw die zich vanonder het juk van de onderdrukkende Turkse cultuur uitvecht en de vader gaat overstijgen. Dat deed ze ook in werkelijkheid. In het boekenweek-essay 2019 met als thema “De moeder de vrouw “, naar het beroemde gedicht van Martinus Nijhoff, zal hij - en dat verklapt hij al vast - over zijn moeder schrijven. Hij heeft er ook geen moment over gedacht om de eervolle essay-schrijfopdracht terug te geven, nadat er van alle kanten geroepen was dat een vrouw dit essay zou moeten schrijven.

De verteller en schrijver Isik
Het vertellen zat van vaders kant in het bloed .Grootvader was een verhalenverteller. Ook zijn vader kon goed vertellen. Ook Isik wil een verteller zijn. Hij wil met zijn gedetailleerde, concrete stijl op filmische wijze zijn lezers pakken en ze in zijn verhaal trekken en vasthouden . Zijn boek was oorspronkelijk twee keer zo dik. Maar hij is gaan hakken. Hij wist dat het goed zou zijn, nadat hij naar herhaaldelijk doorlezen telkens nog geboeid bleef en zelfs de ontroering bij bepaalde passages er telkens weer was. Full-time schrijver worden is altijd zijn diepste wens geweest, ondanks zijn studie rechten. Een week voor het verschijnen van zijn boek zei hij zijn baan als jurist op. De Libris-prijs had hij niet verwacht. Moeder en zus waren trots. In zijn volgende boek zullen San Francisco en 9/11 een belangrijke rol spelen, maar dat verschijnt pas over waarschijnlijk twee jaar.

Wanneer slaagt een immigrant?
Naar aanleiding van een vraag uit het publiek merkt Isik op dat wat meer aandacht en begeleiding voor immigranten belangrijk zijn. Een duwtje kan helpen. Hij heeft moeten ervaren dat hij te laag werd ingeschat, dat is jammer. Het is fnuikend voor je zelfvertrouwen: “De beste zijn in de Nederlandse taal op de ene school en een vijf en bijles krijgen op een de andere.” Ook de advisering is vaak te laag.

Een intrigerende avond met rasverteller Murat Isik over schrijverschap en over biografische en fiktionele werkelijkheid, uitstekend geleid door Theo Hakkert

Martin Thijssen


Lid worden?

Vanaf € 60.- bent u donateur van het Literair Café Helmond. U heeft gratis toegang tot onze 6 literaire avonden en mag bovendien gratis 1 introducé meenemen. Zo bespaart u 50% ! Ook ontvangt u voor elke avond informatie over de schrijver (per email en eventueel per post).

Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden via het aanmeldformulier op deze website of bij het secretariaat:

Wethouder van Wellaan 142
5703 CN Helmond
Tel. 0492 532496

Losse kaartjes kosten € 10,00 (tot 18 jaar € 5,00)
Kaarten zijn alleen aan de zaal verkrijgbaar.
Reservering van plaatsen is niet mogelijk.